Informatie over gedrags-stoornissen (ODD/CD)

Wat zijn oorzaken van gedragsstoornissen?

Gedragsstoornissen ontstaan vanuit een wisselwerking tussen:

  • Kwetsbaarheid van het kind  
  • De omgevingsfactoren

Kwetsbaarheid van het kind
Onder de kwetsbaarheid van het kind verstaan we allereerst erfelijkheid. Er is geen rechtstreeks verband tussen genen (waarin het erfelijk materiaal zit) en gedragsstoornissen. Er is geen apart gen voor slecht luisteren en een ander gen voor driftbuien en weer een ander voor vechten. In onze genen zit de informatie over de  bouwstoffen en de ontwikkeling van onze hersenen.

Bij de samenwerking van de hersencellen zijn verschillende stoffen betrokken, zoals dopamine, noradrenaline en serotonine. Die samenwerking is nodig voor functies als de aandacht, onderdrukking van impulsen en beheersen van emoties. Kleine afwijkingen in de samenwerking tussen de hersencellen kunnen deze functies verstoren. Aandachtsproblemen, impulsiviteit, overbeweeglijkheid en  heftig reageren zijn dan het gevolg. Deze kunnen al in de eerste levensjaren te zien zijn. We spreken dan van een moeilijk temperament dat zich hierna verder kan ontwikkelen tot ODD, ADHD of beide.

Sommige kinderen of jongeren zijn minder  gevoelig voor pijn of verdriet van anderen en zijn ook niet zo gevoelig voor straf. Dit kan het gevolg zijn van kleine afwijkingen in de  samenwerking tussen de hersencellen. Ten slotte kan het vermogen om te denken en het taalvermogen minder goed aangelegd zijn. Deze zijn juist belangrijk om ingewikkelde sociale situaties goed te begrijpen, of hier  met woorden goed mee om te kunnen gaan.

Omgevingsfactoren
Bij omgevingsfactoren kan gedacht worden aan kenmerken uit de omgeving van een kind of jongere, waardoor gedragsstoornissen gemakkelijker in stand gehouden worden. Omgeving  bestaat onder meer uit:

  • het gezin, ouders, broers, zusjes
  • de school, leraren en leeftijdsgenootjes
  • (sport)clubs, vriendjes
  • televisie en videospelletjes

Kinderen in de koppigheidsperiode of peuterpuberteit, tussen het tweede en het derde jaar, willen hun zin doordrijven. Als ouders grenzen stellen worden peuters dwars en boos en krijgen ze driftbuien. Maar als een kind een moeilijk temperament heeft, of ADHD, dan komen deze conflicten vaker voor, zijn ze heftiger en duren ze langer. Het is dan moeilijker om grenzen te stellen en hieraan vast te houden. Ouders en omgeving geven dan misschien eerder toe om een conflict te voorkomen. Maar als het ongewenste gedrag niet begrensd wordt, zal een kind of jongere denken dat hij of zij krijgt wat hij of  zij wil door dit ongewenste gedrag, zoals schreeuwen, schelden en slaan. De kans dat dit gedrag vaker voorkomt neemt dan toe.

Het risico bestaat dat een kind of jongere op school moeite heeft om de grenzen van de leerkracht te accepteren en dat de leerkracht hem hiervoor straft. Het gevoel benadeeld te worden kan daardoor leiden tot sneller dwars en boos gedrag. Zo komt hij of zij in een negatieve cirkel terecht.

Als een kind of jongere bij leeftijdgenoten zijn zin wil doordrijven, zich overheersend opstelt of impulsief gedrag vertoont, dan bestaat het gevaar dat leeftijdgenoten dit niet prettig vinden. Initiatief in contact vanuit sociale omgeving zal verminderen en dit kan voelen als afwijzing.

Een kind of jongere kan zich eenzaam gaan voelen en negatief over zichzelf gaan denken. Dit kan zelfs gepaard gaan met agressief gedrag tegen anderen. Als hij of zij voorbeelden ziet van agressief gedrag op de televisie, in videospelen of in de werkelijkheid, kan hij ook het gevoel krijgen dat agressief gedrag een juist middel is om problemen op te lossen.

Hoe vaak komen gedragsstoornissen voor?

ODD komt voor bij ongeveer 3 van de 100 kinderen van 0 tot 18 jaar. In een schoolklas van 30 kinderen zit dus vaak wel een kind met ODD. Deze gedragsstoornis komt ongeveer even vaak voor bij jongens als bij meisjes.

CD komt voor bij ongeveer 2 van de 100 kinderen. CD komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Kinderen en jongeren met ODD zijn ongehoorzaam en gaan in verzet. Ze zijn snel boos, vaak driftig en kunnen anderen met opzet ergeren.

Bij kinderen en jongeren met CD zijn de gedragsproblemen ernstiger. Ze beginnen bijvoorbeeld met vechten of ze mishandelen dieren. Ook hebben deze kinderen of jongeren soms antisociale gedragingen, zoals liegen, stelen, brandstichten en vernielen. Het gaat vaak om een opzettelijke actie en soms aangevuld met een zorgelijke gewetensontwikkeling. Sommige kinderen hebben eerst gedrag dat hoort bij ODD en als ze ouder worden gedrag dat past bij CD.

Wat is het verschil tussen ODD en CD?

Iedereen vertoont wel eens dwars, opstandig of agressief gedrag. Maar als dit gedrag herhaaldelijk, onveranderlijk en gedurende langere perioden duurt en leidt tot nadelige gevolgen voor de  persoon en zijn omgeving, kan er sprake zijn van één van de gedragsstoornissen. Bij gedragsstoornissen kunnen drie soorten gedrag voorkomen:

Oppositioneel gedrag
Gedrag is oppositioneel als iemand zich verzet  tegen leiding van volwassenen. Hij of zij weigert bijvoorbeeld te doen wat er wordt gevraagd of reageert met woede op een verbod of correctie. 

Agressief gedrag
Gedrag is agressief als je iemand anders pijn  doet of een voorwerp beschadigt. Dit geldt niet alleen voor lichamelijke  agressie, zoals schoppen, slaan of knijpen, maar ook voor bijvoorbeeld  schelden, bedreigen en pesten.

Antisociaal gedrag
Gedrag is antisociaal als normen en regels ernstig worden overtreden, bijvoorbeeld door te liegen, stelen of brandstichten.

Wat zijn gedragsstoornissen?

Informatie over
gedrags-stoornissen
(ODD/CD)

Iedereen vertoont wel eens dwars, opstandig of agressief gedrag. Maar als dit gedrag herhaaldelijk, onveranderlijk en gedurende langere perioden duurt en leidt tot nadelige gevolgen voor de  persoon en zijn omgeving, kan er sprake zijn van één van de gedragsstoornissen. Bij gedragsstoornissen kunnen drie soorten gedrag voorkomen:

Oppositioneel gedrag
Gedrag is oppositioneel als iemand zich verzet  tegen leiding van volwassenen. Hij of zij weigert bijvoorbeeld te doen wat er wordt gevraagd of reageert met woede op een verbod of correctie. 

Agressief gedrag
Gedrag is agressief als je iemand anders pijn  doet of een voorwerp beschadigt. Dit geldt niet alleen voor lichamelijke  agressie, zoals schoppen, slaan of knijpen, maar ook voor bijvoorbeeld  schelden, bedreigen en pesten.

Antisociaal gedrag
Gedrag is antisociaal als normen en regels ernstig worden overtreden, bijvoorbeeld door te liegen, stelen of brandstichten.

Wat zijn gedragsstoornissen?

Kinderen en jongeren met ODD zijn ongehoorzaam en gaan in verzet. Ze zijn snel boos, vaak driftig en kunnen anderen met opzet ergeren.

Bij kinderen en jongeren met CD zijn de gedragsproblemen ernstiger. Ze beginnen bijvoorbeeld met vechten of ze mishandelen dieren. Ook hebben deze kinderen of jongeren soms antisociale gedragingen, zoals liegen, stelen, brandstichten en vernielen. Het gaat vaak om een opzettelijke actie en soms aangevuld met een zorgelijke gewetensontwikkeling. Sommige kinderen hebben eerst gedrag dat hoort bij ODD en als ze ouder worden gedrag dat past bij CD.

Wat is het verschil tussen ODD en CD?

ODD komt voor bij ongeveer 3 van de 100 kinderen van 0 tot 18 jaar. In een schoolklas van 30 kinderen zit dus vaak wel een kind met ODD. Deze gedragsstoornis komt ongeveer even vaak voor bij jongens als bij meisjes.

CD komt voor bij ongeveer 2 van de 100 kinderen. CD komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Hoe vaak komen gedragsstoornissen voor?

Gedragsstoornissen ontstaan vanuit een wisselwerking tussen:

  • Kwetsbaarheid van het kind  
  • De omgevingsfactoren

Kwetsbaarheid van het kind
Onder de kwetsbaarheid van het kind verstaan we allereerst erfelijkheid. Er is geen rechtstreeks verband tussen genen (waarin het erfelijk materiaal zit) en gedragsstoornissen. Er is geen apart gen voor slecht luisteren en een ander gen voor driftbuien en weer een ander voor vechten. In onze genen zit de informatie over de  bouwstoffen en de ontwikkeling van onze hersenen.

Bij de samenwerking van de hersencellen zijn verschillende stoffen betrokken, zoals dopamine, noradrenaline en serotonine. Die samenwerking is nodig voor functies als de aandacht, onderdrukking van impulsen en beheersen van emoties. Kleine afwijkingen in de samenwerking tussen de hersencellen kunnen deze functies verstoren. Aandachtsproblemen, impulsiviteit, overbeweeglijkheid en  heftig reageren zijn dan het gevolg. Deze kunnen al in de eerste levensjaren te zien zijn. We spreken dan van een moeilijk temperament dat zich hierna verder kan ontwikkelen tot ODD, ADHD of beide.

Sommige kinderen of jongeren zijn minder  gevoelig voor pijn of verdriet van anderen en zijn ook niet zo gevoelig voor straf. Dit kan het gevolg zijn van kleine afwijkingen in de  samenwerking tussen de hersencellen. Ten slotte kan het vermogen om te denken en het taalvermogen minder goed aangelegd zijn. Deze zijn juist belangrijk om ingewikkelde sociale situaties goed te begrijpen, of hier  met woorden goed mee om te kunnen gaan.

Omgevingsfactoren
Bij omgevingsfactoren kan gedacht worden aan kenmerken uit de omgeving van een kind of jongere, waardoor gedragsstoornissen gemakkelijker in stand gehouden worden. Omgeving  bestaat onder meer uit:

  • het gezin, ouders, broers, zusjes
  • de school, leraren en leeftijdsgenootjes
  • (sport)clubs, vriendjes
  • televisie en videospelletjes

Kinderen in de koppigheidsperiode of peuterpuberteit, tussen het tweede en het derde jaar, willen hun zin doordrijven. Als ouders grenzen stellen worden peuters dwars en boos en krijgen ze driftbuien. Maar als een kind een moeilijk temperament heeft, of ADHD, dan komen deze conflicten vaker voor, zijn ze heftiger en duren ze langer. Het is dan moeilijker om grenzen te stellen en hieraan vast te houden. Ouders en omgeving geven dan misschien eerder toe om een conflict te voorkomen. Maar als het ongewenste gedrag niet begrensd wordt, zal een kind of jongere denken dat hij of zij krijgt wat hij of  zij wil door dit ongewenste gedrag, zoals schreeuwen, schelden en slaan. De kans dat dit gedrag vaker voorkomt neemt dan toe.

Het risico bestaat dat een kind of jongere op school moeite heeft om de grenzen van de leerkracht te accepteren en dat de leerkracht hem hiervoor straft. Het gevoel benadeeld te worden kan daardoor leiden tot sneller dwars en boos gedrag. Zo komt hij of zij in een negatieve cirkel terecht.

Als een kind of jongere bij leeftijdgenoten zijn zin wil doordrijven, zich overheersend opstelt of impulsief gedrag vertoont, dan bestaat het gevaar dat leeftijdgenoten dit niet prettig vinden. Initiatief in contact vanuit sociale omgeving zal verminderen en dit kan voelen als afwijzing.

Een kind of jongere kan zich eenzaam gaan voelen en negatief over zichzelf gaan denken. Dit kan zelfs gepaard gaan met agressief gedrag tegen anderen. Als hij of zij voorbeelden ziet van agressief gedrag op de televisie, in videospelen of in de werkelijkheid, kan hij ook het gevoel krijgen dat agressief gedrag een juist middel is om problemen op te lossen.

Wat zijn oorzaken van gedragsstoornissen?

Informatie over
gedrags-stoornissen
(ODD/CD)

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.
Volledig scherm