UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

De dag van de ruggenprik

De dag van de ruggenprik

De dag van de
ruggenprik
Thuis

Nuchter zijn: je mag 6 uur voor de ruggenprik niet meer eten. Dat heet nuchter zijn. Je mag wel helder vloeibaar drinken. Dat betekent dat je door het drinken heen kan kijken, zoals water, thee en appelsap.

Voor ouders

  • Voor sommige kinderen is het lastig om nuchter te zijn. Veel ouders zijn daarom solidair en eten zelf ook niets.
  • Wij raden u aan om zelf toch wat te eten. U kunt dat doen buiten het gezichtsveld van uw kind. Of door een goede uitleg over te geven.
  • Als u wel wat eet, voorkomt u dat u, mede door de spanning, onwel wordt. Het zou jammer zijn als u, door uw solidariteit, niet de optimale zorg kunt bieden op het moment dat uw kind dat nodig heeft.
Op de afdeling

Bij binnenkomst krijg je een naambandje om. De verpleegkundige stelt nog wat vragen aan jou en je ouders. Als je wilt kun je de voorbereidings- spullen nog een keer bekijken. 

Als het tijd is, ga je naar het aangewezen bed en krijg je een operatiejasje aan. 

Je rijdt met je bed naar de wachtruimte (holding) van de operatiekamer. Je ouders gaan met je mee.

In de wachtruimte van de operatiekamer  

Eén van je ouders en de pedagogisch medewerker of verpleegkundige doen een schort aan, blauwe ‘slofjes’ over de schoenen en zetten een speciale muts op. De medewerkers van de operatiekamer (met een blauw pak en een muts) komen jullie ophalen. Ze stellen nog wat vragen aan jou en je ouders.

Ze nemen jou, één van je ouders en de pedagogisch medewerker of verpleegkundige mee naar de operatiekamer.

In de operatiekamer  

Je gaat op de operatietafel liggen of zitten. 

Je krijgt een plakker met daarin een klein lampje op je vinger of teen geplakt. 

Je krijgt drie monitor-stickers op je borst geplakt. Je krijgt de narcose met een kapje of een prik. 

Als je slaapt gaat je vader of moeder naar een wachtruimte vlak bij het operatiecentrum.

Je wordt op je zij gedraaid, met een ronde rug. Zoals een poes of een egel die zich helemaal oprolt. Als je rug mooi rond is, kunnen we goed tussen je ruggenwervels. De dokter of de verpleegkundig specialist doet de ruggenprik en dient de medicijnen toe. Omdat jij slaapt, voel je helemaal niets van de prik. Verder in deze folder praten we alleen over ‘de dokter’.

In de uitslaapkamer  

Je ligt weer in je eigen bed op je rug als je wakker wordt. Eén van je ouders mag bij je komen zitten. 

Je hebt nog steeds de monitor-stickers, het lampje op je vinger. 

Je hebt een infuus* in je hand of voet. 

Als je goed wakker bent, rijden we je met bed en al weer naar de afdeling.

*Wat is een infuus?

Je krijgt een infuus. Dit is om (slaap) medicijnen te kunnen geven en soms ook om bloed af te nemen. Je krijgt een prik in je hand of je arm. Na die prik blijft er een dun, plastic buisje in je bloedvat zitten. Dit noemen we een infuus. Via dat buisje komen de medicijnen in je lichaam. Ook kunnen we via het infuus bloed afnemen. Een prik kan pijn doen. We kunnen een emla® pleister je hand of voet plakken. Deze pleister bevat een verdovende zalf waardoor je op die plaats minder voelt; de huid wordt verdoofd. Als het infuus goed zit krijg je een pleister op je hand waardoor het infuus goed vast blijft zitten.

Terug op de afdeling 

Na de ruggenprik blijf je twee uur lang plat liggen. De medicijnen kunnen zich dan goed verspreiden door je lichaam. Ook heb je dan minder kans op hoofdpijn en misselijkheid. Totdat je goed wakker bent, blijft de saturatiemeter en de monitorstickers aangesloten op de monitor. De verpleegkundige komt af en toe kijken hoe het met je gaat. Ze kijkt ook of de pleister op je rug droog blijft. Als het infuus niet meer nodig is, wordt het eruit gehaald. Als je goed wakker bent, mag je weer eten en drinken. De dokter of de verpleegkundig specialist komt vertellen hoe het is gegaan. 

Misschien voel je je niet zo lekker, ben je misselijk of heb je ergens pijn. Zeg het tegen je vader of moeder of tegen de verpleegkundige als er iets is. Ze kunnen er dan rekening mee houden of je extra medicijnen geven. Hoe het bij jou zal gaan? Dat is moeilijk van tevoren te zeggen. 

Loes (7 jaar): ‘‘Ik heb nu 3 keer een ruggenprik gehad. Ik ben altijd wel zenuwachtig. Door het slaapmedicijn merk ik er eigenlijk niet veel van. Ik denk altijd aan iets lekkers dat ik na de ruggenprik mag eten.’’ 

Wesley (4 jaar): ‘‘Toen het allemaal klaar was en ik weer een beetje wakker was mocht ik TV kijken. Zo kon ik goed stilliggen.’’ 

Jules (6 jaar): “Ik had eerst wel een beetje pijn. Toen zei de zuster dat ik een pilletje mocht.”

Samenvatting

  • Je moet nuchter zijn voor de ruggenprik.
  • De dokter prikt tussen je wervels.
  • Het hersenvocht druppelt in een buisje.
  • De dokter dient de medicijnen toe via een holle naald.
  • Na de prik komt er een pleister op je rug.
De dag van de
ruggenprik
Thuis

Nuchter zijn: je mag 6 uur voor de ruggenprik niet meer eten. Dat heet nuchter zijn. Je mag wel helder vloeibaar drinken. Dat betekent dat je door het drinken heen kan kijken, zoals water, thee en appelsap.

Voor ouders

  • Voor sommige kinderen is het lastig om nuchter te zijn. Veel ouders zijn daarom solidair en eten zelf ook niets.
  • Wij raden u aan om zelf toch wat te eten. U kunt dat doen buiten het gezichtsveld van uw kind. Of door een goede uitleg over te geven.
  • Als u wel wat eet, voorkomt u dat u, mede door de spanning, onwel wordt. Het zou jammer zijn als u, door uw solidariteit, niet de optimale zorg kunt bieden op het moment dat uw kind dat nodig heeft.
Op de afdeling

Bij binnenkomst krijg je een naambandje om. De verpleegkundige stelt nog wat vragen aan jou en je ouders. Als je wilt kun je de voorbereidings- spullen nog een keer bekijken. 

Als het tijd is, ga je naar het aangewezen bed en krijg je een operatiejasje aan. 

Je rijdt met je bed naar de wachtruimte (holding) van de operatiekamer. Je ouders gaan met je mee.

In de wachtruimte van de operatiekamer  

Eén van je ouders en de pedagogisch medewerker of verpleegkundige doen een schort aan, blauwe ‘slofjes’ over de schoenen en zetten een speciale muts op. De medewerkers van de operatiekamer (met een blauw pak en een muts) komen jullie ophalen. Ze stellen nog wat vragen aan jou en je ouders.

Ze nemen jou, één van je ouders en de pedagogisch medewerker of verpleegkundige mee naar de operatiekamer.

In de operatiekamer  

Je gaat op de operatietafel liggen of zitten. 

Je krijgt een plakker met daarin een klein lampje op je vinger of teen geplakt. 

Je krijgt drie monitor-stickers op je borst geplakt. Je krijgt de narcose met een kapje of een prik. 

Als je slaapt gaat je vader of moeder naar een wachtruimte vlak bij het operatiecentrum.

Je wordt op je zij gedraaid, met een ronde rug. Zoals een poes of een egel die zich helemaal oprolt. Als je rug mooi rond is, kunnen we goed tussen je ruggenwervels. De dokter of de verpleegkundig specialist doet de ruggenprik en dient de medicijnen toe. Omdat jij slaapt, voel je helemaal niets van de prik. Verder in deze folder praten we alleen over ‘de dokter’.

In de uitslaapkamer  

Je ligt weer in je eigen bed op je rug als je wakker wordt. Eén van je ouders mag bij je komen zitten. 

Je hebt nog steeds de monitor-stickers, het lampje op je vinger. 

Je hebt een infuus* in je hand of voet. 

Als je goed wakker bent, rijden we je met bed en al weer naar de afdeling.

*Wat is een infuus?

Je krijgt een infuus. Dit is om (slaap) medicijnen te kunnen geven en soms ook om bloed af te nemen. Je krijgt een prik in je hand of je arm. Na die prik blijft er een dun, plastic buisje in je bloedvat zitten. Dit noemen we een infuus. Via dat buisje komen de medicijnen in je lichaam. Ook kunnen we via het infuus bloed afnemen. Een prik kan pijn doen. We kunnen een emla® pleister je hand of voet plakken. Deze pleister bevat een verdovende zalf waardoor je op die plaats minder voelt; de huid wordt verdoofd. Als het infuus goed zit krijg je een pleister op je hand waardoor het infuus goed vast blijft zitten.

Terug op de afdeling 

Na de ruggenprik blijf je twee uur lang plat liggen. De medicijnen kunnen zich dan goed verspreiden door je lichaam. Ook heb je dan minder kans op hoofdpijn en misselijkheid. Totdat je goed wakker bent, blijft de saturatiemeter en de monitorstickers aangesloten op de monitor. De verpleegkundige komt af en toe kijken hoe het met je gaat. Ze kijkt ook of de pleister op je rug droog blijft. Als het infuus niet meer nodig is, wordt het eruit gehaald. Als je goed wakker bent, mag je weer eten en drinken. De dokter of de verpleegkundig specialist komt vertellen hoe het is gegaan. 

Misschien voel je je niet zo lekker, ben je misselijk of heb je ergens pijn. Zeg het tegen je vader of moeder of tegen de verpleegkundige als er iets is. Ze kunnen er dan rekening mee houden of je extra medicijnen geven. Hoe het bij jou zal gaan? Dat is moeilijk van tevoren te zeggen. 

Loes (7 jaar): ‘‘Ik heb nu 3 keer een ruggenprik gehad. Ik ben altijd wel zenuwachtig. Door het slaapmedicijn merk ik er eigenlijk niet veel van. Ik denk altijd aan iets lekkers dat ik na de ruggenprik mag eten.’’ 

Wesley (4 jaar): ‘‘Toen het allemaal klaar was en ik weer een beetje wakker was mocht ik TV kijken. Zo kon ik goed stilliggen.’’ 

Jules (6 jaar): “Ik had eerst wel een beetje pijn. Toen zei de zuster dat ik een pilletje mocht.”

Samenvatting

  • Je moet nuchter zijn voor de ruggenprik.
  • De dokter prikt tussen je wervels.
  • Het hersenvocht druppelt in een buisje.
  • De dokter dient de medicijnen toe via een holle naald.
  • Na de prik komt er een pleister op je rug.