UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Het onderzoek

Het onderzoek   •

Het onderzoek

Tijdens de diagnosedag word je onderzocht door verschillende dokters. De volgende onderzoeken kun je verwachten:

Neurologisch onderzoek

Als je in het ziekenhuis bent, komt de spier- en zenuwdokter al snel bij je langs. Deze dokter heet met een moeilijk woord ‘neuroloog’.

Wat gebeurt er bij een neurologisch onderzoek?

Tijdens het onderzoek doet de neuroloog testjes met je om te kijken hoe sterk je spieren zijn. Ook onderzoekt hij je reflexen. Dat zijn bewegingen die je automatisch maakt, bijvoorbeeld 

dat je snel je ogen dicht doet als er iets heel dichtbij je gezicht komt. Een andere reflex is de kniepeesreflex. Als de arts zachtjes met een hamertje op je knie klopt, gaat je voet vanzelf naar voren. Om te kijken of je overal goed kunt voelen, strijkt de dokter zachtjes over je armen en benen. 

Het neurologisch onderzoek duurt niet lang en het doet helemaal geen pijn. Als je zelf nog iets wilt weten van de dokter, kun je dat natuurlijk altijd vragen! Misschien kan hij je wel wat testjes leren om zelf je reflexen eens te testen.

Fysiotherapeutisch onderzoek

Een fysiotherapeut is iemand die heel veel weet van de manier waarop mensen zich bewegen en die ze kan helpen om bepaalde bewegingen aan te leren of juist af te leren. Tijdens het onderzoek kijkt een fysiotherapeut naar de manier waarop je beweegt of loopt en wat je allemaal kunt.

Wat gebeurt er tijdens een fysiotherapeutisch onderzoek?


Bij dit onderzoek bekijkt de fysiotherapeut hoe jij beweegt. Hij vraagt je of je ergens pijn hebt en of je je bijvoorbeeld minder goed kunt bewegen dan een tijdje geleden.

Ook gaat de fysiotherapeut testen hoe sterk je bent. Daarvoor vraagt hij jou om bewegingen te doen, terwijl hij je arm of been tegenhoudt. 

Daarnaast kijkt hij of je lenig bent en soepel kunt bewegen. Als een beweging niet makkelijk gaat, mag je dat gewoon zeggen. 

Het onderzoek duurt ongeveer een half uur en je zult merken dat het best leuk is. Laat maar zien hoe goed je alles kunt!

Echo-onderzoek van de spieren

Echo is een afkorting van een lang woord: echografie. Dat betekent ‘het afbeelden van geluid’. Dat klinkt ingewikkeld. We zullen het met een voorbeeld uitleggen. Een echo kennen we eigenlijk allemaal wel. Je hebt vast wel eens in een grot of tunnel gestaan. Als je dan heel hard “echo” roept, hoor je de echo terugroepen! Natuurlijk roept hij in werkelijkheid niet echt terug. Wat je hoort, is het geluid van je eigen stem dat terugkaatst via de wand van de grot. Een echo-onderzoek van je buik werkt eigenlijk precies hetzelfde. Alleen bij het echo-onderzoek gebruiken ze daarbij geen stem, maar een pieptoon die zo hoog is dat wij die met onze oren niet meer kunnen horen. Je organen (zoals je nieren of je lever) vangen deze hoge tonen echter wel op en ze echoën deze terug. Deze echo zie je dan als een zwart-wit foto terug op het beeldscherm van een computer.                                                                        

Wat gebeurt er bij echo-onderzoek?

Bij het echo-onderzoek mag je vader of moeder natuurlijk gewoon bij jou blijven. Eerst smeert de röntgenlaborant een soort gel op je arm en been. De laborant onderzoekt je arm en je been met een apparaatje dat een hele hoge pieptoon uitzendt. Dit apparaatje is tegelijkertijd een heel gevoelig microfoontje dat de teruggekaatste tonen (de echo!) opvangt. Met een computer wordt deze echo op een beeldscherm zichtbaar. Je ziet dan je eigen spier in zwart-wit op het scherm. Als je het nog nooit eerder gezien hebt, is het best moeilijk om er wijs uit te worden. Vraag maar eens aan de laborant of hij je uit wil leggen hoe je je spier kunt zien op het scherm. Als de laborant alles gezien heeft wat hij wilde zien, is het onderzoek afgelopen.

Elektromyografie - EMG

In je lichaam zitten allemaal spieren. De spieren heb je bijvoorbeeld nodig om te kunnen lopen, zitten en staan. Maar ook voor heel veel andere activiteiten heb je je spieren nodig. Deze spieren worden aangestuurd door je zenuwen. De dokter wil graag weten hoe je spieren en zenuwen werken en of ze goed samenwerken. Het onderzoek dat de werking van je spieren en zenuwen meet en vastlegt heet een EMG. Een EMG is de afkorting van Elektromyografie.

Wat gebeurt er bij een EMG?

Voor het onderzoek is het prettig om kleren aan te doen die niet zo strak zitten. Van tevoren mag je geen zalf op je armen en benen smeren. Dat kan namelijk van invloed zijn op de metingen die de dokter doet. Om goed te kunnen meten moeten je handen en voeten warm                                                               

zijn. Tijdens het onderzoek lig je op een tafel. Je vader of je moeder mag bij je blijven. De mevrouw of meneer die het onderzoek gaat doen is een dokter en wordt geholpen door een laborant. 

De dokter plakt plakkertjes met een paar metalen dopjes met draadjes eraan op je armen en/of benen. Deze plakkertjes met draadjes heten met een moeilijk woord elektroden. Deze elektroden zijn verbonden aan een apparaat. Via de elektroden worden aan de zenuwen in je armen en benen een soort ‘stroomstootjes’ gegeven. Je voelt dan een schokje en dat kan een beetje pijn doen. 

Op het beeldscherm van het apparaat kan de dokter zien hoe jouw zenuwen werken, als je zo’n schokje krijgt. Als dit klaar is haalt de dokter de elektroden weer van je armen en benen. 

Hierna gaat de dokter soms nog kijken hoe je spieren werken. Met een klein naaldje prikt de dokter in de spier van je arm en/of been. Ook dit kan pijn doen. Het naaldje is verbonden aan een monitor waarop de dokter kan zien of de spieren goed werken. 

Om te kunnen meten of je spieren en zenuwen werken is het belangrijk dat je stil blijft liggen. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.                                                              

Wat gebeurt er bij onderzoek van je bloed?

De dokter kan jouw lichaam aan de buitenkant onderzoeken. Maar soms is dat niet genoeg om te weten wat er met je aan de hand is. Dan wil de dokter bloed van jou laten onderzoeken in het laboratorium.

Om bloed van jou af te kunnen nemen, krijg je een prik. We noemen dit bloedprikken. Een ander woord hiervoor is bloedafname.

Er zijn twee mogelijkheden:

  • Is er weinig bloed nodig? Dan krijg je een vingerprik.
  • Is er meer bloed nodig? Dan krijg je een prik in je hand of arm. Of als dat niet lukt, in je voet. Dat noemen we een venapunctie.

Het afnemen van bloed duurt ongeveer 5 minuten.                                                            

Bloedonderzoek

Film over EMG

Bekijk de animatie waarin duidelijk wordt uitgelegd wat er gaat gebeuren als je een EMG onderzoek krijgt.  

Het onderzoek

Tijdens de diagnosedag word je onderzocht door verschillende dokters. De volgende onderzoeken kun je verwachten:

Neurologisch onderzoek

Als je in het ziekenhuis bent, komt de spier- en zenuwdokter al snel bij je langs. Deze dokter heet met een moeilijk woord ‘neuroloog’.

Wat gebeurt er bij een neurologisch onderzoek?

Tijdens het onderzoek doet de neuroloog testjes met je om te kijken hoe sterk je spieren zijn. Ook onderzoekt hij je reflexen. Dat zijn bewegingen die je automatisch maakt, bijvoorbeeld 

dat je snel je ogen dicht doet als er iets heel dichtbij je gezicht komt. Een andere reflex is de kniepeesreflex. Als de arts zachtjes met een hamertje op je knie klopt, gaat je voet vanzelf naar voren. Om te kijken of je overal goed kunt voelen, strijkt de dokter zachtjes over je armen en benen. 

Het neurologisch onderzoek duurt niet lang en het doet helemaal geen pijn. Als je zelf nog iets wilt weten van de dokter, kun je dat natuurlijk altijd vragen! Misschien kan hij je wel wat testjes leren om zelf je reflexen eens te testen.

Fysiotherapeutisch onderzoek

Een fysiotherapeut is iemand die heel veel weet van de manier waarop mensen zich bewegen en die ze kan helpen om bepaalde bewegingen aan te leren of juist af te leren. Tijdens het onderzoek kijkt een fysiotherapeut naar de manier waarop je beweegt of loopt en wat je allemaal kunt.

Wat gebeurt er tijdens een fysiotherapeutisch onderzoek?


Bij dit onderzoek bekijkt de fysiotherapeut hoe jij beweegt. Hij vraagt je of je ergens pijn hebt en of je je bijvoorbeeld minder goed kunt bewegen dan een tijdje geleden.

Ook gaat de fysiotherapeut testen hoe sterk je bent. Daarvoor vraagt hij jou om bewegingen te doen, terwijl hij je arm of been tegenhoudt. 

Daarnaast kijkt hij of je lenig bent en soepel kunt bewegen. Als een beweging niet makkelijk gaat, mag je dat gewoon zeggen. 

Het onderzoek duurt ongeveer een half uur en je zult merken dat het best leuk is. Laat maar zien hoe goed je alles kunt!

Echo-onderzoek van de spieren

Echo is een afkorting van een lang woord: echografie. Dat betekent ‘het afbeelden van geluid’. Dat klinkt ingewikkeld. We zullen het met een voorbeeld uitleggen. Een echo kennen we eigenlijk allemaal wel. Je hebt vast wel eens in een grot of tunnel gestaan. Als je dan heel hard “echo” roept, hoor je de echo terugroepen! Natuurlijk roept hij in werkelijkheid niet echt terug. Wat je hoort, is het geluid van je eigen stem dat terugkaatst via de wand van de grot. Een echo-onderzoek van je buik werkt eigenlijk precies hetzelfde. Alleen bij het echo-onderzoek gebruiken ze daarbij geen stem, maar een pieptoon die zo hoog is dat wij die met onze oren niet meer kunnen horen. Je organen (zoals je nieren of je lever) vangen deze hoge tonen echter wel op en ze echoën deze terug. Deze echo zie je dan als een zwart-wit foto terug op het beeldscherm van een computer.                                                                        

Wat gebeurt er bij echo-onderzoek?

Bij het echo-onderzoek mag je vader of moeder natuurlijk gewoon bij jou blijven. Eerst smeert de röntgenlaborant een soort gel op je arm en been. De laborant onderzoekt je arm en je been met een apparaatje dat een hele hoge pieptoon uitzendt. Dit apparaatje is tegelijkertijd een heel gevoelig microfoontje dat de teruggekaatste tonen (de echo!) opvangt. Met een computer wordt deze echo op een beeldscherm zichtbaar. Je ziet dan je eigen spier in zwart-wit op het scherm. Als je het nog nooit eerder gezien hebt, is het best moeilijk om er wijs uit te worden. Vraag maar eens aan de laborant of hij je uit wil leggen hoe je je spier kunt zien op het scherm. Als de laborant alles gezien heeft wat hij wilde zien, is het onderzoek afgelopen.

Elektromyografie - EMG

In je lichaam zitten allemaal spieren. De spieren heb je bijvoorbeeld nodig om te kunnen lopen, zitten en staan. Maar ook voor heel veel andere activiteiten heb je je spieren nodig. Deze spieren worden aangestuurd door je zenuwen. De dokter wil graag weten hoe je spieren en zenuwen werken en of ze goed samenwerken. Het onderzoek dat de werking van je spieren en zenuwen meet en vastlegt heet een EMG. Een EMG is de afkorting van Elektromyografie.

Wat gebeurt er bij een EMG?

Voor het onderzoek is het prettig om kleren aan te doen die niet zo strak zitten. Van tevoren mag je geen zalf op je armen en benen smeren. Dat kan namelijk van invloed zijn op de metingen die de dokter doet. Om goed te kunnen meten moeten je handen en voeten warm                                                               

zijn. Tijdens het onderzoek lig je op een tafel. Je vader of je moeder mag bij je blijven. De mevrouw of meneer die het onderzoek gaat doen is een dokter en wordt geholpen door een laborant. 

De dokter plakt plakkertjes met een paar metalen dopjes met draadjes eraan op je armen en/of benen. Deze plakkertjes met draadjes heten met een moeilijk woord elektroden. Deze elektroden zijn verbonden aan een apparaat. Via de elektroden worden aan de zenuwen in je armen en benen een soort ‘stroomstootjes’ gegeven. Je voelt dan een schokje en dat kan een beetje pijn doen. 

Op het beeldscherm van het apparaat kan de dokter zien hoe jouw zenuwen werken, als je zo’n schokje krijgt. Als dit klaar is haalt de dokter de elektroden weer van je armen en benen. 

Hierna gaat de dokter soms nog kijken hoe je spieren werken. Met een klein naaldje prikt de dokter in de spier van je arm en/of been. Ook dit kan pijn doen. Het naaldje is verbonden aan een monitor waarop de dokter kan zien of de spieren goed werken. 

Om te kunnen meten of je spieren en zenuwen werken is het belangrijk dat je stil blijft liggen. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur.                                                              

Wat gebeurt er bij onderzoek van je bloed?

De dokter kan jouw lichaam aan de buitenkant onderzoeken. Maar soms is dat niet genoeg om te weten wat er met je aan de hand is. Dan wil de dokter bloed van jou laten onderzoeken in het laboratorium.

Om bloed van jou af te kunnen nemen, krijg je een prik. We noemen dit bloedprikken. Een ander woord hiervoor is bloedafname.

Er zijn twee mogelijkheden:

  • Is er weinig bloed nodig? Dan krijg je een vingerprik.
  • Is er meer bloed nodig? Dan krijg je een prik in je hand of arm. Of als dat niet lukt, in je voet. Dat noemen we een venapunctie.

Het afnemen van bloed duurt ongeveer 5 minuten.                                                            

Film over EMG

Bekijk de animatie waarin duidelijk wordt uitgelegd wat er gaat gebeuren als je een EMG onderzoek krijgt.  

Bloedonderzoek