UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

De operatie

De operatie
Resultaten van epilepsiechirurgie 

In Nederland wordt het merendeel van de patiënten met epilepsie geholpen in het UMC Utrecht. 

Goede resultaten 
De resultaten van epilepsiechirurgie zijn meestal goed. Dit is afhankelijk van de oorzaak van de epilepsie en het type operatie. 

  • Ongeveer 80 procent van alle geopereerde patiënten heeft minder aanvallen. 
  • Ongeveer 70 procent van de patiënten heeft helemaal geen aanvallen meer. 
  • Ongeveer een kwart van de patiënten heeft nog wel aanvallen, maar minder vaak en minder erg. 
  • Bij ongeveer 5 procent van de geopereerde patiënten helpt de operatie helaas niet. 

Wetenschappelijk onderzoek
In het Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschap, verbonden aan het UMC Utrecht, vindt veel basaal  wetenschappelijk onderzoek plaats op het gebied van epilepsie.

De operatie

Met epilepsiechirurgie verwijderen wij het hersengebied dat verantwoordelijk is voor de epileptische aanvallen, zonder daarbij hinderlijke schade te veroorzaken aan overige hersenfuncties.  

De operatie duurt ongeveer zes tot zeven uur. Uw hoofdhaar of dat van uw kind hoeft niet afgeschoren te worden. Als u of uw kind onder narcose is, maakt de neurochirurg een luikje in het  bot van de schedel. Na het verwijderen van de epilepsiebron zet de neurochirurg het botluikje weer terug en maakt het stevig vast. Het botluikje is meestal binnen 4-6 weken weer vastgegroeid. De wond in de huid is na zeven dagen weer genezen. De hechtingen mogen na 10-12 dagen verwijderd worden bij de huisarts. Meestal mag u of uw kind na zeven tot veertien dagen het ziekenhuis weer verlaten.

Bekijk ook de film over wat er allemaal gebeurt rondom een epilepsie operatie: 

Verdoving

Algehele narcose
Meestal opereren wij onder algehele narcose, vaak met directe EEG-registratie op de hersenen. De patiënt is niet meer bij bewustzijn en voelt niets. Wij kunnen tijdens de algehele narcose bepaalde functietesten doen, van bijvoorbeeld arm- en beenfunctie.

Operatie volgens Penfield
U of uw kind krijgt wel algehele narcose, maar wordt tijdens de ingreep tijdelijk wakker gemaakt om (taal)testjes te doen, zoals het benoemen van plaatjes. Op hetzelfde moment stimuleren wij de betrokken hersengebieden met een zwak stroompje. Als het op dat moment niet lukt een eenvoudig plaatje te benoemen, dan is het geprikkelde gebied waarschijnlijk betrokken bij de taalvorming. De neurochirurg weet zo dat hij dit gebied niet moet verwijderen. Na de test van ongeveer een uur brengen wij u of uw kind weer onder algehele narcose. Deze procedure doet geen pijn.

Weefselonderzoek

De patholoog-anatoom onderzoekt het  hersenweefsel dat bij de operatie is weggenomen. Hij probeert vast te stellen wat de afwijking in het weefsel is. De resultaten van dit onderzoek zijn meestal een week na de operatie bekend. Uw neurochirurg bespreekt de uitslag met u.

Mogelijke risico’s en complicaties 

Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan. De neurochirurg bespreekt dit met u voor de operatie.

Ernstige complicaties met blijvend letsel  komen voor bij minder dan een half procent van deze operaties, dus bij minder dan één op de 200 operaties. Deze complicaties zijn afhankelijk van het type operatie. Minder ernstige complicaties komen vaker voor,  zoals lichte geheugenstoornissen of een gedeeltelijke uitval van het gezichtsveld.

Ook zijn er voorbijgaande problemen zoals:

  • Tijdelijke depressiviteit
  • Tijdelijke gedragstoornissen.
De operatie
Resultaten van epilepsiechirurgie 

In Nederland wordt het merendeel van de patiënten met epilepsie geholpen in het UMC Utrecht. 

Goede resultaten 
De resultaten van epilepsiechirurgie zijn meestal goed. Dit is afhankelijk van de oorzaak van de epilepsie en het type operatie. 

  • Ongeveer 80 procent van alle geopereerde patiënten heeft minder aanvallen. 
  • Ongeveer 70 procent van de patiënten heeft helemaal geen aanvallen meer. 
  • Ongeveer een kwart van de patiënten heeft nog wel aanvallen, maar minder vaak en minder erg. 
  • Bij ongeveer 5 procent van de geopereerde patiënten helpt de operatie helaas niet. 

Wetenschappelijk onderzoek
In het Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschap, verbonden aan het UMC Utrecht, vindt veel basaal  wetenschappelijk onderzoek plaats op het gebied van epilepsie.

De operatie

Met epilepsiechirurgie verwijderen wij het hersengebied dat verantwoordelijk is voor de epileptische aanvallen, zonder daarbij hinderlijke schade te veroorzaken aan overige hersenfuncties.  

De operatie duurt ongeveer zes tot zeven uur. Uw hoofdhaar of dat van uw kind hoeft niet afgeschoren te worden. Als u of uw kind onder narcose is, maakt de neurochirurg een luikje in het  bot van de schedel. Na het verwijderen van de epilepsiebron zet de neurochirurg het botluikje weer terug en maakt het stevig vast. Het botluikje is meestal binnen 4-6 weken weer vastgegroeid. De wond in de huid is na zeven dagen weer genezen. De hechtingen mogen na 10-12 dagen verwijderd worden bij de huisarts. Meestal mag u of uw kind na zeven tot veertien dagen het ziekenhuis weer verlaten.

Bekijk ook de film over wat er allemaal gebeurt rondom een epilepsie operatie: 

Verdoving

Algehele narcose
Meestal opereren wij onder algehele narcose, vaak met directe EEG-registratie op de hersenen. De patiënt is niet meer bij bewustzijn en voelt niets. Wij kunnen tijdens de algehele narcose bepaalde functietesten doen, van bijvoorbeeld arm- en beenfunctie.

Operatie volgens Penfield
U of uw kind krijgt wel algehele narcose, maar wordt tijdens de ingreep tijdelijk wakker gemaakt om (taal)testjes te doen, zoals het benoemen van plaatjes. Op hetzelfde moment stimuleren wij de betrokken hersengebieden met een zwak stroompje. Als het op dat moment niet lukt een eenvoudig plaatje te benoemen, dan is het geprikkelde gebied waarschijnlijk betrokken bij de taalvorming. De neurochirurg weet zo dat hij dit gebied niet moet verwijderen. Na de test van ongeveer een uur brengen wij u of uw kind weer onder algehele narcose. Deze procedure doet geen pijn.

Weefselonderzoek

De patholoog-anatoom onderzoekt het  hersenweefsel dat bij de operatie is weggenomen. Hij probeert vast te stellen wat de afwijking in het weefsel is. De resultaten van dit onderzoek zijn meestal een week na de operatie bekend. Uw neurochirurg bespreekt de uitslag met u.

Mogelijke risico’s en complicaties 

Bij elke operatie kunnen complicaties ontstaan. De neurochirurg bespreekt dit met u voor de operatie.

Ernstige complicaties met blijvend letsel  komen voor bij minder dan een half procent van deze operaties, dus bij minder dan één op de 200 operaties. Deze complicaties zijn afhankelijk van het type operatie. Minder ernstige complicaties komen vaker voor,  zoals lichte geheugenstoornissen of een gedeeltelijke uitval van het gezichtsveld.

Ook zijn er voorbijgaande problemen zoals:

  • Tijdelijke depressiviteit
  • Tijdelijke gedragstoornissen.