UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

De hersenoperatie

De neurochirurg heeft u al geïnformeerd over de inhoud, de omvang en de duur van de operatie, de risico's en het herstel.

Op deze pagina kunt u de informatie over de operatie, de narcose en eventuele risico's en complicaties rustig nalezen.

Mocht u nog vragen hebben, dan is het handig die op te schrijven en met de neurochirurg of zaalarts te bespreken.

Bij elke operatie en narcose kunnen problemen ontstaan. Dit noemen we complicaties. De kans op complicaties hangt af  van het soort operatie en uw gezondheid.   

Mogelijke complicaties

  • Trombose: dit is een verstopping van een ader door een bloedstolsel, bijv. in een been. Trombose kan tot een embolie leiden. 
  • Embolie: een embolie treedt op als een bloedstolsel losraakt, meegevoerd wordt door de bloedbaan en komt vast te zitten in een kleiner bloedvat.  U krijgt medicijnen in de vorm van een  injectie om trombose en embolie te voorkomen. De neurochirurg bepaalt de tijdsduur van de medicatie. 
  • Infarct: door een embolie kan het weefsel afsterven dat achter dit kleinere bloedvat zit. Dit is een infarct en een infarct kan ontstaan in de longen, de hersenen of het hart. 
  • Wondontsteking: een wondontsteking in het operatiegebied is meestal  oppervlakkig. Heel soms wordt het een diepere ontsteking van het bot, het hersenvlies of van de hersenen zelf. 
  • Liquorlekkage: er kan hersenvocht (liquor) uit de operatiewond lekken. U heeft dan een kleine kans op een ontsteking. 
  • Nabloeding: in het operatiegebied kan een bloedophoping ontstaan. Soms moeten we dit verwijderen met een tweede operatie.

Tijdelijke of blijvende complicaties

  • Uitval hersenzenuw:  dit kan een stoornis zijn in het functioneren van horen, zien, gezichtsspieren, mond, tong en keel. 
  • Bewegingsstoornissen. 
  • Gevoelsstoornissen. 
  • Evenwichtsstoornissen. 
  • Stoornissen in het begrijpen of spreken. 
  • Stoornissen in het geestelijk functioneren, zoals gedragsverandering. 

Klachten die we behandelen met medicijnen 

  • Hersenoedeem: dit is zwelling van het  hersenweefsel. Hierdoor wordt de druk binnen uw schedel groter. De  zwelling ontstaat langzaam en vermindert na de vierde dag vanzelf.  Klachten die hierbij voorkomen zijn: hoofdpijn, epilepsie en soms uitval  van functies. Vrijwel alle patiënten krijgen na de operatie medicijnen om hersenoedeem tegen te gaan. Dit zijn zogenoemde corticosteroïden of  bijnierschorshormonen (dexamethason). 
  • Epilepsie: sommige patiënten krijgen na een  hersenoperatie epileptische aanvallen. Als dit bij u gebeurt, krijgt u  hiervoor medicijnen. Meestal zijn deze aanvallen tijdelijk. Als u vóór  de operatie al epileptische aanvallen heeft gehad, is de kans groot dat u  deze ook nog heeft na de hersenoperatie. 

Risico's en mogelijke complicaties

Een biopsie doen we altijd onder narcose. In sommige situaties voeren wij een craniotomie wakker uit. Dit laatste noemen we wakkere chirurgie. De neurochirurg bespreekt met u welke mogelijkheid bij u van toepassing is.

Bij een wakkere operatie bent u tijdens het verwijderen van het tumorweefsel wakker, zodat wij testen kunnen afnemen. Wakkere chirurgie gebruiken we als de hersentumor in de buurt van belangrijke hersenfuncties ligt, zoals bij het spraakcentrum of het centrum dat de bewegingen aanstuurt. Het doel is zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen, zonder daarbij belangrijke functies te beschadigen.

Onder narcose of een wakkere operatie?

Meer over een craniotomie

Bij een craniotomie (cranio is schedel) maakt de neurochirurg een luikje in uw schedel. Vervolgens neemt hij een stukje weefsel weg. Vaak neemt de neurochirurg meteen zoveel mogelijk tumorweefsel weg. Een deel van het tumorweefsel wordt daarna onder een microscoop geanalyseerd. Na de ingreep zet de neurochirurg het luikje weer in de schedel en maakt het stevig vast. Binnen ongeveer tien weken zal dit deel van de schedel weer vastgegroeid zijn.

Om de craniotomie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein deel van uw hoofdhaar op de operatiekamer geschoren.

Na een craniotomie kunt u meestal na vijf dagen weer naar huis.

Meer over een biopsie

Bij een biopsie wordt onder algehele narcose een kleine opening in uw schedel gemaakt. Daarna neemt de neurochirurg met een holle naald wat weefsel weg. Een biopsie is feitelijk geen behandeling, maar een onderzoek.

Om de biopsie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein stukje hoofdhaar van ongeveer drie bij drie centimeter op de operatiekamer weggeschoren. Dit doen we als u onder narcose bent gebracht.

Na een biopsie kunt u na twee of drie dagen weer naar huis.

Meestal kunnen we de definitieve diagnose pas stellen nadat we weefsel van de tumor hebben onderzocht. Dit weefsel kunnen we uitsluitend krijgen via een hersenoperatie. Er zijn twee  typen operaties die we hiervoor kunnen uitvoeren, namelijk: 

  • een biopsie
  • een craniotomie  

Voor welke methode we kiezen, is afhankelijk van  de plaats van de aandoening. Uw neurochirurg bespreekt met u en uw  familie de keuze.

Als wordt gekozen voor een biopsie streven wij er  naar om patiënten binnen één tot twee weken te opereren. Weefselonderzoek via een craniotomie vindt in de regel plaats binnen twee tot drie weken. 

Type operatie: biopsie of craniotomie?

Bij de hersenoperatie (zowel voor een biopsie als een craniotomie) gebruikt de neurochirurg meestal een geavanceerd neuronavigatiesysteem. Met deze techniek laat de computer de neurochirurg zien waar hij in de hersenen aan het opereren is.

Gebruik van neuronavigatie

De hersenoperatie

De neurochirurg heeft u al geïnformeerd over de inhoud, de omvang en de duur van de operatie, de risico's en het herstel.

Op deze pagina kunt u de informatie over de operatie, de narcose en eventuele risico's en complicaties rustig nalezen.

Mocht u nog vragen hebben, dan is het handig die op te schrijven en met de neurochirurg of zaalarts te bespreken.

Bij de hersenoperatie (zowel voor een biopsie als een craniotomie) gebruikt de neurochirurg meestal een geavanceerd neuronavigatiesysteem. Met deze techniek laat de computer de neurochirurg zien waar hij in de hersenen aan het opereren is.

Gebruik van neuronavigatie

Meestal kunnen we de definitieve diagnose pas stellen nadat we weefsel van de tumor hebben onderzocht. Dit weefsel kunnen we uitsluitend krijgen via een hersenoperatie. Er zijn twee  typen operaties die we hiervoor kunnen uitvoeren, namelijk: 

  • een biopsie
  • een craniotomie  

Voor welke methode we kiezen, is afhankelijk van  de plaats van de aandoening. Uw neurochirurg bespreekt met u en uw  familie de keuze.

Als wordt gekozen voor een biopsie streven wij er  naar om patiënten binnen één tot twee weken te opereren. Weefselonderzoek via een craniotomie vindt in de regel plaats binnen twee tot drie weken. 

Type operatie: biopsie of craniotomie?

Bij een biopsie wordt onder algehele narcose een kleine opening in uw schedel gemaakt. Daarna neemt de neurochirurg met een holle naald wat weefsel weg. Een biopsie is feitelijk geen behandeling, maar een onderzoek.

Om de biopsie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein stukje hoofdhaar van ongeveer drie bij drie centimeter op de operatiekamer weggeschoren. Dit doen we als u onder narcose bent gebracht.

Na een biopsie kunt u na twee of drie dagen weer naar huis.

Meer over een biopsie

Bij een craniotomie (cranio is schedel) maakt de neurochirurg een luikje in uw schedel. Vervolgens neemt hij een stukje weefsel weg. Vaak neemt de neurochirurg meteen zoveel mogelijk tumorweefsel weg. Een deel van het tumorweefsel wordt daarna onder een microscoop geanalyseerd. Na de ingreep zet de neurochirurg het luikje weer in de schedel en maakt het stevig vast. Binnen ongeveer tien weken zal dit deel van de schedel weer vastgegroeid zijn.

Om de craniotomie zo hygiënisch mogelijk uit te voeren wordt een klein deel van uw hoofdhaar op de operatiekamer geschoren.

Na een craniotomie kunt u meestal na vijf dagen weer naar huis.

Meer over een craniotomie

Een biopsie doen we altijd onder narcose. In sommige situaties voeren wij een craniotomie wakker uit. Dit laatste noemen we wakkere chirurgie. De neurochirurg bespreekt met u welke mogelijkheid bij u van toepassing is.

Bij een wakkere operatie bent u tijdens het verwijderen van het tumorweefsel wakker, zodat wij testen kunnen afnemen. Wakkere chirurgie gebruiken we als de hersentumor in de buurt van belangrijke hersenfuncties ligt, zoals bij het spraakcentrum of het centrum dat de bewegingen aanstuurt. Het doel is zoveel mogelijk tumorweefsel te verwijderen, zonder daarbij belangrijke functies te beschadigen.

Onder narcose of een wakkere operatie?

Risico's en mogelijke complicaties

Bij elke operatie en narcose kunnen problemen ontstaan. Dit noemen we complicaties. De kans op complicaties hangt af  van het soort operatie en uw gezondheid.   

Mogelijke complicaties

  • Trombose: dit is een verstopping van een ader door een bloedstolsel, bijv. in een been. Trombose kan tot een embolie leiden. 
  • Embolie: een embolie treedt op als een bloedstolsel losraakt, meegevoerd wordt door de bloedbaan en komt vast te zitten in een kleiner bloedvat.  U krijgt medicijnen in de vorm van een  injectie om trombose en embolie te voorkomen. De neurochirurg bepaalt de tijdsduur van de medicatie. 
  • Infarct: door een embolie kan het weefsel afsterven dat achter dit kleinere bloedvat zit. Dit is een infarct en een infarct kan ontstaan in de longen, de hersenen of het hart. 
  • Wondontsteking: een wondontsteking in het operatiegebied is meestal  oppervlakkig. Heel soms wordt het een diepere ontsteking van het bot, het hersenvlies of van de hersenen zelf. 
  • Liquorlekkage: er kan hersenvocht (liquor) uit de operatiewond lekken. U heeft dan een kleine kans op een ontsteking. 
  • Nabloeding: in het operatiegebied kan een bloedophoping ontstaan. Soms moeten we dit verwijderen met een tweede operatie.

Tijdelijke of blijvende complicaties

  • Uitval hersenzenuw:  dit kan een stoornis zijn in het functioneren van horen, zien, gezichtsspieren, mond, tong en keel. 
  • Bewegingsstoornissen. 
  • Gevoelsstoornissen. 
  • Evenwichtsstoornissen. 
  • Stoornissen in het begrijpen of spreken. 
  • Stoornissen in het geestelijk functioneren, zoals gedragsverandering. 

Klachten die we behandelen met medicijnen 

  • Hersenoedeem: dit is zwelling van het  hersenweefsel. Hierdoor wordt de druk binnen uw schedel groter. De  zwelling ontstaat langzaam en vermindert na de vierde dag vanzelf.  Klachten die hierbij voorkomen zijn: hoofdpijn, epilepsie en soms uitval  van functies. Vrijwel alle patiënten krijgen na de operatie medicijnen om hersenoedeem tegen te gaan. Dit zijn zogenoemde corticosteroïden of  bijnierschorshormonen (dexamethason). 
  • Epilepsie: sommige patiënten krijgen na een  hersenoperatie epileptische aanvallen. Als dit bij u gebeurt, krijgt u  hiervoor medicijnen. Meestal zijn deze aanvallen tijdelijk. Als u vóór  de operatie al epileptische aanvallen heeft gehad, is de kans groot dat u  deze ook nog heeft na de hersenoperatie. 
De hersenoperatie