UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Operaties aan de wervelkolom

De neurochirurg heeft u al geïnformeerd over  de inhoud, de omvang en de duur van de operatie, de risico's en het herstel. Mocht u nog vragen hebben, dan is het handig die op te  schrijven en met uw arts te bespreken.  

In het UMC Utrecht werken de neurochirurg en de orthopedisch chirurg nauw met elkaar samen. Zij bepalen in overleg wie de operatie verricht en soms staan zij beiden in de operatiekamer.

De wervelkolom

De wervelkolom vormt de spil van het bewegingsapparaat, die binnenin het ruggenmerg en de zenuwwortels bevat en aan de buitenkant de aanhechting vormt van het bekken en alle belangrijke spieren van de romp. De wervelkolom bestaat uit:

  • 7 nek- (of cervicale) wervels C1 - C7, 
  • 12 borst- (of thoracale) wervels Th 1 -12, 
  • 5 lenden- (of lumbale-) wervels L1 -L5, 
  • het heiligbeen (of sacrum (S)) met het staartbeentje (stuitje). 

Met uitzondering van de eerste twee halswervels zit er tussen iedere twee wervels een tussenwervelschijf. Dat de wervels gemakkelijk ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, is te danken aan de tussenwervelschijven die elastisch zijn, maar ook aan de gewrichten die aan beide kanten iedere wervel aan de bovenliggende en onderliggende wervels verbinden. 

Verder wordt het wervelkanaal van boven naar beneden op ieder niveau gevormd door de wervelbogen, die vastzitten aan de wervellichamen, en die aan de achterkant uitlopen in een uitsteeksel (het doornuitsteeksel) dat midden op de rug kan worden gevoeld (de "ruggengraat").  

Bovendien worden de wervelbogen met elkaar verbonden door elastische banden, de gele ligamenten, die het wervelkanaal van binnen bekleden. 

Het ruggenmerg
Binnen in het wervelkanaal loopt van boven naar beneden het ruggenmerg (tot aan de 2e lendenwervel). Onder dit niveau gaat het ruggenmerg over in een bundeling van zenuwwortels, de paardenstaart ofwel ‘cauda’ genoemd. Zowel het ruggenmerg als de paardenstaart liggen binnen in een koker van ruggenmergvliezen, de zogenaamde durale zak, waarin ze in hersenvocht (liquor) schokvrij zijn opgehangen. De zenuwwortels ontspringen uit het ruggenmerg en verlaten het wervelkanaal omhuld door ruggenmergsvlies één voor één telkens links en rechts tussen twee wervels het wervelkanaal.

Aandoeningen aan de wervelkolom

Er bestaan veel aandoeningen en evenveel oorzaken van problemen van de wervelkolom of de structuren die binnen de wervelkolom lopen. Een aantal veel voorkomende aandoeningen van de wervelkolom zijn:

Hernia
Een hernia is een ander woord voor uitstulping. Een uitstulping van de tussenwervelschijf wordt ook wel een Hernia Nuclei Pulposi (HNP) genoemd. Deze uitstulping kan op een zenuw drukken, waardoor er pijnklachten in een arm of een been kunnen ontstaan, of op het ruggenmerg waardoor soms ernstige uitvalsverschijnselen kunnen ontstaan. Slijtage (of degeneratie) van een tussenwervelschijf is een proces dat tijdens het leven bij ieder mens in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Dat kan aanleiding geven tot rugklachten, hoewel dat lang niet altijd gebeurt.

Een hernia kan zowel in de nek (cervicaal), borstkas (thoracaal) of onderrug (lumbaal) optreden. De plaats van de uitstulping bepaalt dan het type hernia.

Kanaalvernauwing
Door het wervelkanaal lopen het ruggenmerg en uittredende zenuwwortels. Wanneer het kanaal vernauwd raakt (stenose) kan er druk op het ruggenmerg en/of zenuwen ontstaan waardoor naast pijnklachten ook uitvalsverschijnselen (als krachtsverlies en gevoelsstoornissen) kunnen optreden. Daarnaast kunnen er soms problemen ontstaan bij het lopen of de controle bij het plassen of de ontlasting.

Standverandering
Ook de stand van de wervelkolom is belangrijk. Ernstige veranderingen hierin zoals bijvoorbeeld een scoliose (een versterkte verkromming van de wervelkolom naar links of rechts) kunnen problemen veroorzaken zoals pijn of moeite om rechtop te kunnen blijven staan of lopen.

Trauma
Bij een ernstig letsel van de wervelkolom (ten gevolge van een ongeval) kan er een breuk optreden (fractuur) van de wervels met risico op schade van het ruggenmerg (dwarslaesie) en/of de zenuwwortels.

Tumor
Tumoren in en om de wervelkolom kunnen zowel drukken op ruggenmerg of zenuwen als leiden tot breuken en standveranderingen in de wervelkolom. Uitvalsverschijnselen van kracht of gevoel kunnen dan het gevolg zijn. In sommige gevallen kan een tumor de stabiliteit van de wervelkolom in gevaar brengen, bijvoorbeeld door een uitzaaiing (metastase).

Meer weten?
Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVvN) is uitgebreide informatie beschikbaar inclusief beeldmateriaal.

Operaties aan de
wervelkolom
Mogelijke risico's en complicaties

De chirurg voert de operatie met grote  zorgvuldigheid uit. Toch is er, zoals bij elke operatie, kans op  complicaties. In uw geval zijn dat:

Nabloeding
U heeft een wond die is gehecht en die wond  kan nabloeden. De kans op nabloeding is de eerste dagen na de operatie  het grootst. Wij spreken van nabloeding als de wond ondanks dichtdrukken  langer dan een half uur blijft bloeden.

Zenuwuitval
Zenuwuitval kan worden veroorzaakt door een  vorm van direct letsel/manipulatie tijdens de operatie of indirect door  een nabloeding. Hierdoor kunt u krachtsverlies of stoornissen in het  gevoel van armen of benen ervaren. Na beoordeling van de neurochirurg  kan dit betekenen dat u opnieuw geopereerd zal moeten worden.

Infectie
Een infectie openbaart zich meestal in de eerste weken na de operatie. Verschijnselen zijn: 

  • de wond lekt langer dan een week;
  • het wondvocht is niet helder en reukloos, maar gelig van kleur en heeft een indringende geur;
  • u heeft aanhoudend koorts hoger dan 38°C.

Pijn
Wondpijn is gebruikelijk. Ook kan er af en toe  pijn in het been of in de rug optreden. De pijn kan de eerste dagen na  de operatie soms zelfs erger zijn dan voor de operatie. De pijn moet wel afnemen in de dagen na de operatie.

Trombose
Bij trombose (bloedstolling) zet zich een  bloedstolsel vast in een bloedvat. Zo ontstaat er afsluiting (embolie).  Als dat in de longen gebeurt, heet dat longembolie. Een kenmerk hiervan is pijn bij het ademen. Meestal zit een trombose echter in een been. Het been wordt dan dik, rood, warm en glanzend. U krijgt dan speciale antistollingsmedicatie.

Operatietechnieken

In de meeste gevallen is de operatie bedoeld om ruimte te creëren voor het ruggenmerg en/of uittredende zenuwwortels (laminectomie). Zonodig doen we dat in combinatie met het vastzetten van de wervelkolom (spondylodese).

Laminectomie
De chirurg maakt eerst een huidinsnijding (incisie) over de doornuitsteeksels. Vervolgens schuift de chirurg de spieren opzij. Zo komen de wervels vrij te liggen. Daarna verwijdert de chirurg de wervelboog (lamina) of een deel hiervan. Dit wordt laminectomie genoemd. Zo wordt er voldoende ruimte gecreëerd voor het ruggenmerg en de zenuwwortel. De druk is nu van de zenuw weggenomen. De chirurg brengt de spieren weer op hun plaats en hecht de wond.

Spondylodese
In enkele gevallen is het nodig de wervels met staven en schroeven aan elkaar vast te zetten (fixeren). Dit noemen we spondylodese. Het vastzetten van de wervelkolom kan zowel vanuit de voorkant van de wervelkolom (anterieur) als vanuit de achterkant (posterieur).

Andere technieken en meer informatie
Uiteraard bestaan er nog andere operatietechnieken. Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVvN) is goede en uitgebreide informatie te vinden.

De neurochirurg heeft u al geïnformeerd over  de inhoud, de omvang en de duur van de operatie, de risico's en het herstel. Mocht u nog vragen hebben, dan is het handig die op te  schrijven en met uw arts te bespreken.  

In het UMC Utrecht werken de neurochirurg en de orthopedisch chirurg nauw met elkaar samen. Zij bepalen in overleg wie de operatie verricht en soms staan zij beiden in de operatiekamer.

De wervelkolom

De wervelkolom vormt de spil van het bewegingsapparaat, die binnenin het ruggenmerg en de zenuwwortels bevat en aan de buitenkant de aanhechting vormt van het bekken en alle belangrijke spieren van de romp. De wervelkolom bestaat uit:

  • 7 nek- (of cervicale) wervels C1 - C7, 
  • 12 borst- (of thoracale) wervels Th 1 -12, 
  • 5 lenden- (of lumbale-) wervels L1 -L5, 
  • het heiligbeen (of sacrum (S)) met het staartbeentje (stuitje). 

Met uitzondering van de eerste twee halswervels zit er tussen iedere twee wervels een tussenwervelschijf. Dat de wervels gemakkelijk ten opzichte van elkaar kunnen bewegen, is te danken aan de tussenwervelschijven die elastisch zijn, maar ook aan de gewrichten die aan beide kanten iedere wervel aan de bovenliggende en onderliggende wervels verbinden. 

Verder wordt het wervelkanaal van boven naar beneden op ieder niveau gevormd door de wervelbogen, die vastzitten aan de wervellichamen, en die aan de achterkant uitlopen in een uitsteeksel (het doornuitsteeksel) dat midden op de rug kan worden gevoeld (de "ruggengraat").  

Bovendien worden de wervelbogen met elkaar verbonden door elastische banden, de gele ligamenten, die het wervelkanaal van binnen bekleden. 

Het ruggenmerg
Binnen in het wervelkanaal loopt van boven naar beneden het ruggenmerg (tot aan de 2e lendenwervel). Onder dit niveau gaat het ruggenmerg over in een bundeling van zenuwwortels, de paardenstaart ofwel ‘cauda’ genoemd. Zowel het ruggenmerg als de paardenstaart liggen binnen in een koker van ruggenmergvliezen, de zogenaamde durale zak, waarin ze in hersenvocht (liquor) schokvrij zijn opgehangen. De zenuwwortels ontspringen uit het ruggenmerg en verlaten het wervelkanaal omhuld door ruggenmergsvlies één voor één telkens links en rechts tussen twee wervels het wervelkanaal.

Aandoeningen aan de wervelkolom

Er bestaan veel aandoeningen en evenveel oorzaken van problemen van de wervelkolom of de structuren die binnen de wervelkolom lopen. Een aantal veel voorkomende aandoeningen van de wervelkolom zijn:

Hernia
Een hernia is een ander woord voor uitstulping. Een uitstulping van de tussenwervelschijf wordt ook wel een Hernia Nuclei Pulposi (HNP) genoemd. Deze uitstulping kan op een zenuw drukken, waardoor er pijnklachten in een arm of een been kunnen ontstaan, of op het ruggenmerg waardoor soms ernstige uitvalsverschijnselen kunnen ontstaan. Slijtage (of degeneratie) van een tussenwervelschijf is een proces dat tijdens het leven bij ieder mens in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Dat kan aanleiding geven tot rugklachten, hoewel dat lang niet altijd gebeurt.

Een hernia kan zowel in de nek (cervicaal), borstkas (thoracaal) of onderrug (lumbaal) optreden. De plaats van de uitstulping bepaalt dan het type hernia.

Kanaalvernauwing
Door het wervelkanaal lopen het ruggenmerg en uittredende zenuwwortels. Wanneer het kanaal vernauwd raakt (stenose) kan er druk op het ruggenmerg en/of zenuwen ontstaan waardoor naast pijnklachten ook uitvalsverschijnselen (als krachtsverlies en gevoelsstoornissen) kunnen optreden. Daarnaast kunnen er soms problemen ontstaan bij het lopen of de controle bij het plassen of de ontlasting.

Standverandering
Ook de stand van de wervelkolom is belangrijk. Ernstige veranderingen hierin zoals bijvoorbeeld een scoliose (een versterkte verkromming van de wervelkolom naar links of rechts) kunnen problemen veroorzaken zoals pijn of moeite om rechtop te kunnen blijven staan of lopen.

Trauma
Bij een ernstig letsel van de wervelkolom (ten gevolge van een ongeval) kan er een breuk optreden (fractuur) van de wervels met risico op schade van het ruggenmerg (dwarslaesie) en/of de zenuwwortels.

Tumor
Tumoren in en om de wervelkolom kunnen zowel drukken op ruggenmerg of zenuwen als leiden tot breuken en standveranderingen in de wervelkolom. Uitvalsverschijnselen van kracht of gevoel kunnen dan het gevolg zijn. In sommige gevallen kan een tumor de stabiliteit van de wervelkolom in gevaar brengen, bijvoorbeeld door een uitzaaiing (metastase).

Meer weten?
Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVvN) is uitgebreide informatie beschikbaar inclusief beeldmateriaal.

Operatietechnieken

In de meeste gevallen is de operatie bedoeld om ruimte te creëren voor het ruggenmerg en/of uittredende zenuwwortels (laminectomie). Zonodig doen we dat in combinatie met het vastzetten van de wervelkolom (spondylodese).

Laminectomie
De chirurg maakt eerst een huidinsnijding (incisie) over de doornuitsteeksels. Vervolgens schuift de chirurg de spieren opzij. Zo komen de wervels vrij te liggen. Daarna verwijdert de chirurg de wervelboog (lamina) of een deel hiervan. Dit wordt laminectomie genoemd. Zo wordt er voldoende ruimte gecreëerd voor het ruggenmerg en de zenuwwortel. De druk is nu van de zenuw weggenomen. De chirurg brengt de spieren weer op hun plaats en hecht de wond.

Spondylodese
In enkele gevallen is het nodig de wervels met staven en schroeven aan elkaar vast te zetten (fixeren). Dit noemen we spondylodese. Het vastzetten van de wervelkolom kan zowel vanuit de voorkant van de wervelkolom (anterieur) als vanuit de achterkant (posterieur).

Andere technieken en meer informatie
Uiteraard bestaan er nog andere operatietechnieken. Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVvN) is goede en uitgebreide informatie te vinden.

Mogelijke risico's en complicaties

De chirurg voert de operatie met grote  zorgvuldigheid uit. Toch is er, zoals bij elke operatie, kans op  complicaties. In uw geval zijn dat:

Nabloeding
U heeft een wond die is gehecht en die wond  kan nabloeden. De kans op nabloeding is de eerste dagen na de operatie  het grootst. Wij spreken van nabloeding als de wond ondanks dichtdrukken  langer dan een half uur blijft bloeden.

Zenuwuitval
Zenuwuitval kan worden veroorzaakt door een  vorm van direct letsel/manipulatie tijdens de operatie of indirect door  een nabloeding. Hierdoor kunt u krachtsverlies of stoornissen in het  gevoel van armen of benen ervaren. Na beoordeling van de neurochirurg  kan dit betekenen dat u opnieuw geopereerd zal moeten worden.

Infectie
Een infectie openbaart zich meestal in de eerste weken na de operatie. Verschijnselen zijn: 

  • de wond lekt langer dan een week;
  • het wondvocht is niet helder en reukloos, maar gelig van kleur en heeft een indringende geur;
  • u heeft aanhoudend koorts hoger dan 38°C.

Pijn
Wondpijn is gebruikelijk. Ook kan er af en toe  pijn in het been of in de rug optreden. De pijn kan de eerste dagen na  de operatie soms zelfs erger zijn dan voor de operatie. De pijn moet wel afnemen in de dagen na de operatie.

Trombose
Bij trombose (bloedstolling) zet zich een  bloedstolsel vast in een bloedvat. Zo ontstaat er afsluiting (embolie).  Als dat in de longen gebeurt, heet dat longembolie. Een kenmerk hiervan is pijn bij het ademen. Meestal zit een trombose echter in een been. Het been wordt dan dik, rood, warm en glanzend. U krijgt dan speciale antistollingsmedicatie.

Operaties aan
de wervelkolom