UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Adviezen voor familie
en naasten

Adviezen voor familie
en naasten

Na een herseninfarct is uw naaste vaak niet meer dezelfde. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn, soms blijvend. Het contact met uw naaste verandert daardoor. Hoe kunt u nu het beste omgaan met uw naaste?

Algemene adviezen

Zorg ook voor uzelf

  • Zorg voor voldoende rust en ontspanning voor uzelf.
  • Praat met vrienden, de huisarts en zorgverleners over uw gevoelens.
  • Bespreek uw problemen met de zaalarts of de verpleegkundige.

Tijdens uw bezoek
Uw naaste is snel vermoeid en heeft veel te  verwerken. Daarom ervaart hij of zij bezoek al snel als druk. Vandaar dat we adviseren met niet meer dan twee personen tegelijk te komen. Als u  met twee personen komt: een gesprek met twee personen tegelijk is zeer vermoeiend. Houd het gesprek daarom altijd één op één en neem aan één  kant van het bed plaats; dat is veel rustiger. Blijf maximaal een half  uur.  

In gesprek

  • Leg uw naaste rustig uit wat er met hem/haar gebeurt, ook al denkt u dat hij of zij u niet begrijpt.
  • Vertel hem of haar ook over thuis, hoe het daar gaat en betrek hem of haar bij beslissingen.

Tijdsbesef
Door de hersenbeschadiging weet iemand soms  niet meer welke dag het is, hoe laat het is, hoelang iets duurt of  hoelang hij of zij al in het ziekenhuis is. Help uw naaste met het bewustworden van tijd. Een kalender en een grote klok of wekker zijn handige hulpmiddelen.

Cognitieve stoornissen

Een veel voorkomend gevolg van een beroerte is verminderde aandacht of concentratie, minder goed kunnen onthouden, moeite hebben om logisch na te denken en vermoeidheid. We noemen dit cognitieve stoornissen. 

Daarnaast kan er een verminderde aandacht zijn voor een kant van het lichaam en/ of een kant in de ruimte. Het kan dan zijn dat uw familielid of naaste u niet ‘ziet’ staan in de kamer of spullen kwijt is die er wel zijn.

Adviezen

  • Vertel uw familielid of naaste wie u bent, welke dag het is, hoe laat het is. Vertel ook waar uw familielid of naaste is en waarom.
  • Geef uw familielid of naaste ook tijd om uit te rusten en alle informatie te verwerken. Na een half uur praten en oefenen is het goed uw familie of naaste een kwartier rust te geven.
  • Wanneer uw familie of naaste minder aandacht voor een kant van de ruimte heeft, is het goed juist aan die moeilijke kant te gaan staan oef zitten. Zo stimuleert u uw familielid of naaste toch die kant op te kijken en aandacht te hebben voor die kant.
  • Schrijf afspraken en gebeurtenissen op in een boekje of schrift, of laat uw familielid of naaste het zelf op schrijven. Wanneer dit boekje op de kamer blijft kan uw familielid of naaste teruglezen wat er gebeurd is of afgesproken is.
  • Geef uw familielid of naaste concrete  informatie, ook al moet u dit herhalen. Ga niet vragen en controleren wat hij of zij nog weet. 
  • Het onthouden van namen en woorden is voor sommige mensen moeilijk. U kunt helpen door de namen van bezoekers en  familie te geven. Verwacht niet dat uw familielid of naaste alles kan  onthouden.
Taalstoornissen

Sommige mensen krijgen als gevolg van het  herseninfarct een taalstoornis. Uw naaste kan problemen krijgen met het begrijpen en het uiten van taal. Dit wordt afasie genoemd. U wilt elkaar begrijpen en dat gaat moeizaam of lukt niet.

Iemand met een afasie begrijpt soms niet wat u tegen hem of haar zegt. Of vangt alleen bepaalde woorden op en legt vervolgens zelf het verband ertussen. Soms zegt uw naaste een ander woord dan hij of zij bedoelt. Ook kan uw naaste moeite hebben met het vinden van woorden en het maken van zinnen. 

Adviezen

  • Geef uw partner of naaste de tijd om op woorden te komen.
  • Toon geduld: praat niet te snel voor uw beurt.
  • Spreek in korte, duidelijke zinnen.
  • Geef niet te veel informatie tegelijk.
  • Begrijpt uw familielid of naaste een zin niet? Probeer het op een andere manier, met andere woorden.
  • Als uw familielid of naaste niet kan spreken of de taal niet begrijpt, gebruik dan gebaren, tekeningen, gezichtsuitdrukkingen en geluiden.
  • Neem uw familielid of naaste niet alles uit handen, ook al gaat het langzaam en onhandig.
  • Zeg hardop of u hem of haar begrijpt, ook als u hem wél begrepen heeft. 
  • Spreek over onderwerpen waarmee iemand vertrouwd is.
  • Zorg voor een positieve sfeer. Geef complimenten en aanmoedigingen.
  • Schrijf uw vragen aan de logopedist op en bespreek deze met haar.
Spraakstoornissen

Uw naaste kan ook moeilijk te verstaan zijn door  een spraakstoornis (dysartrie). De oorzaak is lichamelijk: de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem, de uitspraak en het eten en  drinken werken onvoldoende. Dit leidt tot onduidelijke spraak, een te zachte en/of hese stem en eentonig of door de neus spreken.  

Adviezen
Vaak is er sprake van een verlamming aan één kant  van het gezicht: kauwen en slikken gaat dan moeilijker. Ook kan  speekselverlies optreden en gaat het eten en drinken moeilijk.

  • Zorg voor een rustige geluidsarme omgeving. Zet  de televisie tijdens het spreken uit en ga dicht bij uw familielid of  naaste zitten.
  • Wees eerlijk: vraag uw familielid of naaste te herhalen wanneer u de boodschap niet heeft verstaan.
  • Bevestiging: zeg uw naaste wat u denkt te hebben verstaan (bijvoorbeeld ‘ik denk dat je bedoelt’).
  • Geef uw familielid of naaste voldoende tijd om te antwoorden op uw vraag.
  • Onderbreek uw familielid of naaste niet.
  • Ga niet luider of op een kinderachtige manier spreken: hij of zij kan u goed verstaan!
  • Zorg voor oogcontact, maar kijk ook naar de bewegingen van de mond. Dit helpt u te begrijpen wat uw naaste zegt.
  • Bij slikstoornissen mag u uw naaste alleen iets te eten of te drinken geven in overleg met een verpleegkundige.
Motorische stoornissen

Moeite met het bewegen is een veel voorkomend gevolg van een beroerte. Er kunnen halfzijdige verlammingsverschijnselen  zijn, waarbij de motoriek van de romp, de arm en/of het been verminderd of afwezig kan zijn. Ook kunnen er problemen zijn met het evenwicht, de  coördinatie, de sensoriek (gevoel van aanraking en houding) en kan er spasticiteit optreden. Hierdoor kunnen dagelijkse handelingen zoals verplaatsen, zitten, lopen eten en wassen beperkt worden. 

Adviezen
Het is belangrijk om de hersenen al snel te stimuleren om het herstel te bevorderen. Als naaste kunt u ook bijdragen aan het herstel:

  • Met behulp van de ‘Oefengids CVA’ kunt u samen met uw naaste oefenen. De oefengids ligt op het nachtkastje van uw naaste en op de voorkant van de gids staat welke oefeningen voor uw naaste het meest geschikt zijn. Kunt u de oefengids niet vinden? Vraag  er dan naar bij de verpleging. Als een arm slap is ten gevolge van een beroerte is deze gevoelig voor schouder-klachten. Adviezen over het voorkomen van schouderklachten kunt u ook vinden in de oefengids.
  • Zo mogelijk neemt uw naaste van maandag tot en met vrijdag om 10.15 uur deel aan de groepstherapie: de revalidatie groep. Tijdens deze groepstherapie zitten de deelnemers in een stoel of rolstoel en wordt er geoefend met het bewegen van armen benen en romp. Naast het bewegen wordt ook het redeneren en geheugen geoefend. U bent welkom tijdens de groepstherapie om mee te helpen met het oefenen van uw naaste.
  • Als het mogelijk is om in de rolstoel of lopend een ronde op de afdeling te maken, of zelfs even de afdeling af  te gaan, raden wij dat aan. Doe dit wel altijd in overleg met de verpleging.
Adviezen voor familie
en naasten

Na een herseninfarct is uw naaste vaak niet meer dezelfde. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn, soms blijvend. Het contact met uw naaste verandert daardoor. Hoe kunt u nu het beste omgaan met uw naaste?

Algemene adviezen

Zorg ook voor uzelf

  • Zorg voor voldoende rust en ontspanning voor uzelf.
  • Praat met vrienden, de huisarts en zorgverleners over uw gevoelens.
  • Bespreek uw problemen met de zaalarts of de verpleegkundige.

Tijdens uw bezoek
Uw naaste is snel vermoeid en heeft veel te  verwerken. Daarom ervaart hij of zij bezoek al snel als druk. Vandaar dat we adviseren met niet meer dan twee personen tegelijk te komen. Als u  met twee personen komt: een gesprek met twee personen tegelijk is zeer vermoeiend. Houd het gesprek daarom altijd één op één en neem aan één  kant van het bed plaats; dat is veel rustiger. Blijf maximaal een half  uur.  

In gesprek

  • Leg uw naaste rustig uit wat er met hem/haar gebeurt, ook al denkt u dat hij of zij u niet begrijpt.
  • Vertel hem of haar ook over thuis, hoe het daar gaat en betrek hem of haar bij beslissingen.

Tijdsbesef
Door de hersenbeschadiging weet iemand soms  niet meer welke dag het is, hoe laat het is, hoelang iets duurt of  hoelang hij of zij al in het ziekenhuis is. Help uw naaste met het bewustworden van tijd. Een kalender en een grote klok of wekker zijn handige hulpmiddelen.

Cognitieve stoornissen

Een veel voorkomend gevolg van een beroerte is verminderde aandacht of concentratie, minder goed kunnen onthouden, moeite hebben om logisch na te denken en vermoeidheid. We noemen dit cognitieve stoornissen. 

Daarnaast kan er een verminderde aandacht zijn voor een kant van het lichaam en/ of een kant in de ruimte. Het kan dan zijn dat uw familielid of naaste u niet ‘ziet’ staan in de kamer of spullen kwijt is die er wel zijn.

Adviezen

  • Vertel uw familielid of naaste wie u bent, welke dag het is, hoe laat het is. Vertel ook waar uw familielid of naaste is en waarom.
  • Geef uw familielid of naaste ook tijd om uit te rusten en alle informatie te verwerken. Na een half uur praten en oefenen is het goed uw familie of naaste een kwartier rust te geven.
  • Wanneer uw familie of naaste minder aandacht voor een kant van de ruimte heeft, is het goed juist aan die moeilijke kant te gaan staan oef zitten. Zo stimuleert u uw familielid of naaste toch die kant op te kijken en aandacht te hebben voor die kant.
  • Schrijf afspraken en gebeurtenissen op in een boekje of schrift, of laat uw familielid of naaste het zelf op schrijven. Wanneer dit boekje op de kamer blijft kan uw familielid of naaste teruglezen wat er gebeurd is of afgesproken is.
  • Geef uw familielid of naaste concrete  informatie, ook al moet u dit herhalen. Ga niet vragen en controleren wat hij of zij nog weet. 
  • Het onthouden van namen en woorden is voor sommige mensen moeilijk. U kunt helpen door de namen van bezoekers en  familie te geven. Verwacht niet dat uw familielid of naaste alles kan  onthouden.
Taalstoornissen

Sommige mensen krijgen als gevolg van het  herseninfarct een taalstoornis. Uw naaste kan problemen krijgen met het begrijpen en het uiten van taal. Dit wordt afasie genoemd. U wilt elkaar begrijpen en dat gaat moeizaam of lukt niet.

Iemand met een afasie begrijpt soms niet wat u tegen hem of haar zegt. Of vangt alleen bepaalde woorden op en legt vervolgens zelf het verband ertussen. Soms zegt uw naaste een ander woord dan hij of zij bedoelt. Ook kan uw naaste moeite hebben met het vinden van woorden en het maken van zinnen. 

Adviezen

  • Geef uw partner of naaste de tijd om op woorden te komen.
  • Toon geduld: praat niet te snel voor uw beurt.
  • Spreek in korte, duidelijke zinnen.
  • Geef niet te veel informatie tegelijk.
  • Begrijpt uw familielid of naaste een zin niet? Probeer het op een andere manier, met andere woorden.
  • Als uw familielid of naaste niet kan spreken of de taal niet begrijpt, gebruik dan gebaren, tekeningen, gezichtsuitdrukkingen en geluiden.
  • Neem uw familielid of naaste niet alles uit handen, ook al gaat het langzaam en onhandig.
  • Zeg hardop of u hem of haar begrijpt, ook als u hem wél begrepen heeft. 
  • Spreek over onderwerpen waarmee iemand vertrouwd is.
  • Zorg voor een positieve sfeer. Geef complimenten en aanmoedigingen.
  • Schrijf uw vragen aan de logopedist op en bespreek deze met haar.
Spraakstoornissen

Uw naaste kan ook moeilijk te verstaan zijn door  een spraakstoornis (dysartrie). De oorzaak is lichamelijk: de spieren die nodig zijn voor de ademhaling, de stem, de uitspraak en het eten en  drinken werken onvoldoende. Dit leidt tot onduidelijke spraak, een te zachte en/of hese stem en eentonig of door de neus spreken.  

Adviezen
Vaak is er sprake van een verlamming aan één kant  van het gezicht: kauwen en slikken gaat dan moeilijker. Ook kan  speekselverlies optreden en gaat het eten en drinken moeilijk.

  • Zorg voor een rustige geluidsarme omgeving. Zet  de televisie tijdens het spreken uit en ga dicht bij uw familielid of  naaste zitten.
  • Wees eerlijk: vraag uw familielid of naaste te herhalen wanneer u de boodschap niet heeft verstaan.
  • Bevestiging: zeg uw naaste wat u denkt te hebben verstaan (bijvoorbeeld ‘ik denk dat je bedoelt’).
  • Geef uw familielid of naaste voldoende tijd om te antwoorden op uw vraag.
  • Onderbreek uw familielid of naaste niet.
  • Ga niet luider of op een kinderachtige manier spreken: hij of zij kan u goed verstaan!
  • Zorg voor oogcontact, maar kijk ook naar de bewegingen van de mond. Dit helpt u te begrijpen wat uw naaste zegt.
  • Bij slikstoornissen mag u uw naaste alleen iets te eten of te drinken geven in overleg met een verpleegkundige.
Motorische stoornissen

Moeite met het bewegen is een veel voorkomend gevolg van een beroerte. Er kunnen halfzijdige verlammingsverschijnselen  zijn, waarbij de motoriek van de romp, de arm en/of het been verminderd of afwezig kan zijn. Ook kunnen er problemen zijn met het evenwicht, de  coördinatie, de sensoriek (gevoel van aanraking en houding) en kan er spasticiteit optreden. Hierdoor kunnen dagelijkse handelingen zoals verplaatsen, zitten, lopen eten en wassen beperkt worden. 

Adviezen
Het is belangrijk om de hersenen al snel te stimuleren om het herstel te bevorderen. Als naaste kunt u ook bijdragen aan het herstel:

  • Met behulp van de ‘Oefengids CVA’ kunt u samen met uw naaste oefenen. De oefengids ligt op het nachtkastje van uw naaste en op de voorkant van de gids staat welke oefeningen voor uw naaste het meest geschikt zijn. Kunt u de oefengids niet vinden? Vraag  er dan naar bij de verpleging. Als een arm slap is ten gevolge van een beroerte is deze gevoelig voor schouder-klachten. Adviezen over het voorkomen van schouderklachten kunt u ook vinden in de oefengids.
  • Zo mogelijk neemt uw naaste van maandag tot en met vrijdag om 10.15 uur deel aan de groepstherapie: de revalidatie groep. Tijdens deze groepstherapie zitten de deelnemers in een stoel of rolstoel en wordt er geoefend met het bewegen van armen benen en romp. Naast het bewegen wordt ook het redeneren en geheugen geoefend. U bent welkom tijdens de groepstherapie om mee te helpen met het oefenen van uw naaste.
  • Als het mogelijk is om in de rolstoel of lopend een ronde op de afdeling te maken, of zelfs even de afdeling af  te gaan, raden wij dat aan. Doe dit wel altijd in overleg met de verpleging.