UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Het beloop tijdens de opname

Voorbeeldschema voor het mobiliseren





Houd er rekening mee dat het mobiliseren in dit schema aanvullend is aan uw dagelijkse activiteiten. Het mobiliserenin dit schema komt dus niet in plaats van uw dagelijkse handelingen (ochtendzorg, maaltijden, toilet).

Voorbeeldschema voor zitduur

De eerste 12 uur na de operatie

De eerste zes uur na het aflopen van de operatie is het belangrijk dat u plat op de rug ligt. Hierna mag u ook op uw zij liggen, tenzij de arts anders bepaalt.

Gebruik de “boomstamtechniek ” om op uw zij te draaien en wissel de rug- en zijligging regelmatig af. Als het nodig is, helpt de verpleging u hier de eerste keren bij. Wanneer het omdraaien op de zij of rug goed gaat, mag u dat ook zelf doen.

Als u via de voorzijde van de nek geopereerd bent, dan mag u direct na afloop van de operatie starten met uit bed gaan. Ook dan helpt de verpleging u hier de eerste keer bij.

Opbouw activiteiten tijdens de opname
Vanaf 12 uur na de operatie

Vanaf 12 uur na afloop van de operatie mag u uit bed -tenzij de arts anders zegt-. Dat noemen we mobiliseren. Het kan zijn u wat last krijgt van duizeligheid, misselijkheid en pijn aan de wond. Dit is een bekend en normaal verschijnsel na de operatie. Daarom begeleidt een verpleegkundige u de eerste keer bij het mobiliseren. Wanneer u geen last meer heeft van deze klachten mag u zelf uit bed.

Houd er rekening mee dat u snel moe kunt zijn. Daarom kunt u het beste beginnen met veel korte wandelingen. Streef er naar om aan tafel te gaan zitten voor het eten en om naar het toilet te lopen. Als dat goed gaat, kunt u ieder uur een wandeling op de kamer of afdeling maken.

Op de afdeling mag u beginnen met fietsen op een hometrainer. Stel dan geen verzet of weerstand in. Kijkt u voor duur en frequentie in het schema bij het kopje “opbouw activiteiten tijdens de opname”.

Het is de verwachting dat het mobiliseren net zo goed of beter gaat als voor de operatie. Ook het traplopen zal geen probleem zijn.

Fysiotherapie

Zeer waarschijnlijk wordt u tijdens uw opname, maar ook na ontslag naar huis, niet begeleid door de fysiotherapeut. Dit beleid verschilt per ziekenhuis en is mogelijk anders dan u zou verwachten.

In sommige gevallen gaat het mobiliseren naar inschatting van de verpleging niet zoals verwacht. In dat geval kan de verpleging -in overleg met de zaalarts- er voor kiezen om de fysiotherapeut in te schakelen. De fysiotherapeut komt dan bij u langs om te inventariseren waarom het mobiliseren niet zoals verwacht verloopt. Samen met u kijkt hij of zij dan hoe we hier iets aan kunnen doen. De fysiotherapeut kan bijvoorbeeld loophulpmiddelen (rollator, stok, looprek, etc.) introduceren en/of adviezen geven over verplaatsingen, uw houding en/of het mobiliseren.

Als het mobiliseren (nog) niet volgens plan verloopt vanwege duizeligheid of vanwege pijnklachten van de wond schakelen we geen fysiotherapeut in. We richten ons er dan eerst op om deze klachten weg te nemen.

Verschillend beleid fysiotherapie per ziekenhuis
Zeer waarschijnlijk wordt u tijdens uw opname,  maar ook na ontslag naar huis, niet begeleid door de fysiotherapeut.  Dit beleid is ziekenhuis-afhankelijk en mogelijk anders dan u verwacht.  Wanneer uw arts vindt dat u fysiotherapeutische begeleiding nodig heeft, zal de arts de fysiotherapeut inschakelen.

Halskraag (indien nodig)

Het kan zijn dat u tijdens het mobiliseren een halskraag moet dragen. Of u een halskraag nodig heeft en hoelang u deze  moet dragen bepaalt de neurochirurg. Dit is onder meer afhankelijk van  uw situatie voor de operatie en de uitgebreidheid van de operatie. Als u een kraag nodig heeft, krijgt u deze vóór het mobiliseren na de  operatie uitgereikt door een medewerker van de gipskamer of de verpleegkundige. Hij/zij bespreekt met u de gebruiksinstructies.

Het beloop tijdens
de opname
Het beloop tijdens
de opname
Fysiotherapie

Zeer waarschijnlijk wordt u tijdens uw opname, maar ook na ontslag naar huis, niet begeleid door de fysiotherapeut. Dit beleid verschilt per ziekenhuis en is mogelijk anders dan u zou verwachten.

In sommige gevallen gaat het mobiliseren naar inschatting van de verpleging niet zoals verwacht. In dat geval kan de verpleging -in overleg met de zaalarts- er voor kiezen om de fysiotherapeut in te schakelen. De fysiotherapeut komt dan bij u langs om te inventariseren waarom het mobiliseren niet zoals verwacht verloopt. Samen met u kijkt hij of zij dan hoe we hier iets aan kunnen doen. De fysiotherapeut kan bijvoorbeeld loophulpmiddelen (rollator, stok, looprek, etc.) introduceren en/of adviezen geven over verplaatsingen, uw houding en/of het mobiliseren.

Als het mobiliseren (nog) niet volgens plan verloopt vanwege duizeligheid of vanwege pijnklachten van de wond schakelen we geen fysiotherapeut in. We richten ons er dan eerst op om deze klachten weg te nemen.

Verschillend beleid fysiotherapie per ziekenhuis
Zeer waarschijnlijk wordt u tijdens uw opname,  maar ook na ontslag naar huis, niet begeleid door de fysiotherapeut.  Dit beleid is ziekenhuis-afhankelijk en mogelijk anders dan u verwacht.  Wanneer uw arts vindt dat u fysiotherapeutische begeleiding nodig heeft, zal de arts de fysiotherapeut inschakelen.

Opbouw activiteiten tijdens de opname

Voorbeeldschema voor het mobiliseren





Houd er rekening mee dat het mobiliseren in dit schema aanvullend is aan uw dagelijkse activiteiten. Het mobiliserenin dit schema komt dus niet in plaats van uw dagelijkse handelingen (ochtendzorg, maaltijden, toilet).

Voorbeeldschema voor zitduur

Halskraag (indien nodig)

Het kan zijn dat u tijdens het mobiliseren een halskraag moet dragen. Of u een halskraag nodig heeft en hoelang u deze  moet dragen bepaalt de neurochirurg. Dit is onder meer afhankelijk van  uw situatie voor de operatie en de uitgebreidheid van de operatie. Als u een kraag nodig heeft, krijgt u deze vóór het mobiliseren na de  operatie uitgereikt door een medewerker van de gipskamer of de verpleegkundige. Hij/zij bespreekt met u de gebruiksinstructies.

Vanaf 12 uur na de operatie

Vanaf 12 uur na afloop van de operatie mag u uit bed -tenzij de arts anders zegt-. Dat noemen we mobiliseren. Het kan zijn u wat last krijgt van duizeligheid, misselijkheid en pijn aan de wond. Dit is een bekend en normaal verschijnsel na de operatie. Daarom begeleidt een verpleegkundige u de eerste keer bij het mobiliseren. Wanneer u geen last meer heeft van deze klachten mag u zelf uit bed.

Houd er rekening mee dat u snel moe kunt zijn. Daarom kunt u het beste beginnen met veel korte wandelingen. Streef er naar om aan tafel te gaan zitten voor het eten en om naar het toilet te lopen. Als dat goed gaat, kunt u ieder uur een wandeling op de kamer of afdeling maken.

Op de afdeling mag u beginnen met fietsen op een hometrainer. Stel dan geen verzet of weerstand in. Kijkt u voor duur en frequentie in het schema bij het kopje “opbouw activiteiten tijdens de opname”.

Het is de verwachting dat het mobiliseren net zo goed of beter gaat als voor de operatie. Ook het traplopen zal geen probleem zijn.

De eerste 12 uur na de operatie

De eerste zes uur na het aflopen van de operatie is het belangrijk dat u plat op de rug ligt. Hierna mag u ook op uw zij liggen, tenzij de arts anders bepaalt.

Gebruik de “boomstamtechniek ” om op uw zij te draaien en wissel de rug- en zijligging regelmatig af. Als het nodig is, helpt de verpleging u hier de eerste keren bij. Wanneer het omdraaien op de zij of rug goed gaat, mag u dat ook zelf doen.

Als u via de voorzijde van de nek geopereerd bent, dan mag u direct na afloop van de operatie starten met uit bed gaan. Ook dan helpt de verpleging u hier de eerste keer bij.