UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Professioneel handelen na een suïcide

Bijlage I: Wet en regelgeving in de praktijk

Hoe u als professional dient te handelen na suïcide, is weergegeven  in een afdelingsbreed protocol, welke te vinden is onder de Psychiatrie richtlijnen& protocollen op Mijn UMC.


Bevoegdheid om de patiënt te
beoordelen

Wie mag een patiënt met suïcidaal gedrag beoordelen? De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet big) regelt dat voor elke professional geldt: niet bekwaam is niet bevoegd. In een instelling wordt vaak in een professioneel statuut vastgelegd wie verantwoordelijk wordt geacht voor beoordeling van suïcidaal gedrag. Professionals dienen goed op de hoogte te zijn van de richtlijnen van de instelling en van die van hun beroepsvereniging.

Het onderzoek naar pathogenese van het suïcidale gedrag en de indicatiestelling voor behandeling worden beschouwd als specialistische vaardigheden. De beoordeling of de patiënt wilsbekwaam is om te beslissen over de noodzakelijke medische behandeling, en de beoordeling in het kader van de Wet Bopz, zijn voorbehouden aan een arts. Als de beoordeling wegens de Wet Bopz niet is gedaan door een psychiater, dient deze beoordeling zo snel mogelijk alsnog te volgen. Het is aan te bevelen een psychiater bij diagnostiek en behandeling te betrekken als een ernstige psychiatrische stoornis vermoed wordt en/of als de noodzaak tot een psychiatrische opname afgewogen moet worden.

Informeren anderen over verhoogd
suïciderisico

Mogen professionals anderen (bijvoorbeeld andere professionals, naasten van de patiënt) informeren over een verhoogd suïciderisico? In het kader van goed hulpverlenerschap moet een professional bij acute en concrete suïcideplannen en een hoog risico op een fatale afloop afwegingen maken over wilsbekwaamheid en de noodzaak om ernstig nadeel af te wenden. Daarbij kan het noodzakelijk zijn om de minimaal noodzakelijke informatie met naasten of andere professionals te delen. De patiënt wordt hiervan direct, of zo snel als verantwoord mogelijk is, op de hoogte gesteld. Als professional dient u systematisch na te gaan welke relevante anderen worden ingelicht: huisarts, crisisdienst, supervisor, familie en/of naasten. U weet dat daarbij een conflict van plichten kan optreden tussen geheimhoudingsplicht en informatieplicht. Indien u het noodzakelijk acht naasten van de patiënt te informeren en de patiënt hiervoor geen toestemming geeft, zal de professional er alles aan moeten doen om de patiënt te overtuigen van de noodzaak om anderen te informeren.

Verzoek om hulp bij zelfdoding

Hoe moet een professional omgaan met een verzoek van een patiënt om hulp bij zelfdoding? U toetst een verzoek van de patiënt tot hulp bij zelfdoding en uw handelen aan de Richtlijn Omgaan met het verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis (Tholen et al., 2009).

Wat moet in het dossier worden vastgelegd? In het dossier moeten alle relevante bevindingen, afwegingen en beslissingen zorgvuldig worden vast- gelegd, in het bijzonder wanneer wordt afgeweken van een richtlijn. Voor een klachtencommissie of de tuchtrechter is wat door de professional is gerapporteerd relevanter dan wat de professional dacht of heeft gezegd.

Inzage door nabestaanden

Mogen nabestaanden na een suïcide inzage hebben in het dossier? De algemene regel is dat de geheimhoudingsplicht zich uitstrekt tot na het overlijden van de patiënt (knmg, 2010). Nabestaanden en andere partijen hebben geen wettelijk recht op informatie of inzage in en afschrift van het dossier. In beginsel wordt alleen informatie gegeven indien de overledene daarvoor bij leven toestemming heeft gegeven. Er zijn drie uitzonderingen: veronderstelde toestemming van de patiënt, een wettelijk voorschrift, en een conflict van plichten bij de behandelaar wegens zwaarwegende belangen van derden (knmg, 2010). In veel situaties kan veronderstelde toestemming een redelijke grond zijn om wel informatie te geven. Emotionele problemen van familieleden na het overlijden van de patiënt wordt niet opgevat als zwaarwegend belang. De informatie die na het overlijden wordt verstrekt, is zo relevant en beperkt mogelijk, zo veel mogelijk in de geest van de overledene, en wordt gegeven in een gesprek met de betrokkenen.

Professioneel handelen na een suïcide

Toestemming patiënt voor behandeling

Mag een professional een patiënt zonder diens toestemming behandelen na een suïcidepoging? Bij de indicatiestelling kan spanning bestaan tussen de artikelen in de grondwet die autonomie en zelfbeschikking van de patiënt beschermen (artikel 10, 11, en 15) versus de sociale artikelen die meer verplichting tot zorg bepalen (artikel 22). Hierdoor kan een dilemma optreden dat niet kan worden opgelost met wettelijke regels.

Een somatische behandeling zonder toestemming van de patiënt kan alleen plaatsvinden indien de patiënt als wilsonbekwaam wordt beoordeeld om besluiten te nemen over behandeling, en wanneer ernstig nadeel moet worden afgewend (bijvoorbeeld maagspoelen na een suïcidepoging met letale middelen). Indien u als professional moet beoordelen of de patiënt met suïcidaal gedrag wilsbekwaam is, beoordeelt u het begripsvermogen en de beslisvaardigheid van de patiënt en maakt u een afweging van waarden (zie hoofdstuk 2, paragraaf 6). Van belang is dat aan de beslisvaardigheid hoge eisen moeten worden gesteld bij weigering van interventies die levensreddend zijn. Als dat mogelijk is, dient vervangende toestemming te worden gezocht van de (wettelijk) vertegenwoordiger.

Wanneer het risico van suïcide of ernstige zelfbeschadiging hoog wordt ingeschat, overweegt u of een gedwongen opname geïndiceerd is om het gevaar af te wenden. In dit geval dient u zich te realiseren dat het gevaar moet voortkomen uit een psychiatrische stoornis. Bij uw onafhankelijke beoordeling van een inbewaringstelling (ibs) of een rechterlijke machtiging (rm) volgens de Wet Bopz laat u zich leiden door de Richtlijn Besluitvorming dwang (Van Tilburg et al., 2008).

Ontslag tegen advies in of gedwongen
ontslag

Hoe dient u te handelen wanneer een suïcidale patiënt tegen advies in met ontslag wil, of bij een gedwongen ontslag? De eerste periode na een klinische opname is kwetsbaar. U regelt een goede continuïteit van zorg: in het bijzonder bij een gedwongen ontslag en bij ontslag tegen het advies van de behandelaar in (Kwaliteitswet Zorginstellingen, Kwaliteitsdocument Keten- zorg bij suïcidaliteit, Hermens et al., 2010). Professionals dienen te overleggen met ketenpartners en in het dossier vast te leggen wie de regie en de verantwoordelijkheid heeft voor (onderdelen van) de behandeling, voor welke termijn dat geldt, en hoe de afspraken zijn over samenwerking, zie het Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij suïcidaliteit (Hermens et al., 2010).

U weegt de voor- en nadelen af van een ambulante versus een klinische behandeling. U bent zich bewust van de groeiende verantwoordelijkheid van de psychiater naarmate de psychiatrische problematiek ernstiger en complexer is en opname wordt overwogen. U handelt steeds als goed hulp- verlener. Wanneer het risico van suïcide of ernstige zelfbeschadiging hoog wordt ingeschat, overweegt u of een gedwongen opname geïndiceerd is.

Beoordeling noodzaak gedwongen
opname

Wie moet beoordelen of een gedwongen opname nodig is? Dit dient indien mogelijk te worden gedaan door een (bij voorkeur onafhankelijke) psychiater. Als die niet beschikbaar is dan mag de beoordeling ook worden gedaan door een arts die geen psychiater is. In het laatste geval moet de patiënt binnen een redelijke termijn alsnog door een psychiater worden beoordeeld.

Dossiervorming
Familie

Kan familie van een patiënt na diens suïcide een klacht indienen? Bij de klachtencommissie kunnen familieleden of naasten van de patiënt een klacht indienen tegen een zorgaanbieder over ‘een gedraging van hem of van voor hem werkzame personen’ jegens een patiënt die inmiddels is overleden.

Hoe u als professional dient te handelen na suïcide, is weergegeven  in een afdelingsbreed protocol, welke te vinden is onder de Psychiatrie richtlijnen& protocollen op Mijn UMC.


Bevoegdheid om de patiënt te
beoordelen

Wie mag een patiënt met suïcidaal gedrag beoordelen? De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet big) regelt dat voor elke professional geldt: niet bekwaam is niet bevoegd. In een instelling wordt vaak in een professioneel statuut vastgelegd wie verantwoordelijk wordt geacht voor beoordeling van suïcidaal gedrag. Professionals dienen goed op de hoogte te zijn van de richtlijnen van de instelling en van die van hun beroepsvereniging.

Het onderzoek naar pathogenese van het suïcidale gedrag en de indicatiestelling voor behandeling worden beschouwd als specialistische vaardigheden. De beoordeling of de patiënt wilsbekwaam is om te beslissen over de noodzakelijke medische behandeling, en de beoordeling in het kader van de Wet Bopz, zijn voorbehouden aan een arts. Als de beoordeling wegens de Wet Bopz niet is gedaan door een psychiater, dient deze beoordeling zo snel mogelijk alsnog te volgen. Het is aan te bevelen een psychiater bij diagnostiek en behandeling te betrekken als een ernstige psychiatrische stoornis vermoed wordt en/of als de noodzaak tot een psychiatrische opname afgewogen moet worden.

Professioneel handelen na een suïcide

Toestemming patiënt voor behandeling

Mag een professional een patiënt zonder diens toestemming behandelen na een suïcidepoging? Bij de indicatiestelling kan spanning bestaan tussen de artikelen in de grondwet die autonomie en zelfbeschikking van de patiënt beschermen (artikel 10, 11, en 15) versus de sociale artikelen die meer verplichting tot zorg bepalen (artikel 22). Hierdoor kan een dilemma optreden dat niet kan worden opgelost met wettelijke regels.

Een somatische behandeling zonder toestemming van de patiënt kan alleen plaatsvinden indien de patiënt als wilsonbekwaam wordt beoordeeld om besluiten te nemen over behandeling, en wanneer ernstig nadeel moet worden afgewend (bijvoorbeeld maagspoelen na een suïcidepoging met letale middelen). Indien u als professional moet beoordelen of de patiënt met suïcidaal gedrag wilsbekwaam is, beoordeelt u het begripsvermogen en de beslisvaardigheid van de patiënt en maakt u een afweging van waarden (zie hoofdstuk 2, paragraaf 6). Van belang is dat aan de beslisvaardigheid hoge eisen moeten worden gesteld bij weigering van interventies die levensreddend zijn. Als dat mogelijk is, dient vervangende toestemming te worden gezocht van de (wettelijk) vertegenwoordiger.

Wanneer het risico van suïcide of ernstige zelfbeschadiging hoog wordt ingeschat, overweegt u of een gedwongen opname geïndiceerd is om het gevaar af te wenden. In dit geval dient u zich te realiseren dat het gevaar moet voortkomen uit een psychiatrische stoornis. Bij uw onafhankelijke beoordeling van een inbewaringstelling (ibs) of een rechterlijke machtiging (rm) volgens de Wet Bopz laat u zich leiden door de Richtlijn Besluitvorming dwang (Van Tilburg et al., 2008).

Ontslag tegen advies in of gedwongen
ontslag

Hoe dient u te handelen wanneer een suïcidale patiënt tegen advies in met ontslag wil, of bij een gedwongen ontslag? De eerste periode na een klinische opname is kwetsbaar. U regelt een goede continuïteit van zorg: in het bijzonder bij een gedwongen ontslag en bij ontslag tegen het advies van de behandelaar in (Kwaliteitswet Zorginstellingen, Kwaliteitsdocument Keten- zorg bij suïcidaliteit, Hermens et al., 2010). Professionals dienen te overleggen met ketenpartners en in het dossier vast te leggen wie de regie en de verantwoordelijkheid heeft voor (onderdelen van) de behandeling, voor welke termijn dat geldt, en hoe de afspraken zijn over samenwerking, zie het Kwaliteitsdocument Ketenzorg bij suïcidaliteit (Hermens et al., 2010).

U weegt de voor- en nadelen af van een ambulante versus een klinische behandeling. U bent zich bewust van de groeiende verantwoordelijkheid van de psychiater naarmate de psychiatrische problematiek ernstiger en complexer is en opname wordt overwogen. U handelt steeds als goed hulp- verlener. Wanneer het risico van suïcide of ernstige zelfbeschadiging hoog wordt ingeschat, overweegt u of een gedwongen opname geïndiceerd is.

Beoordeling noodzaak gedwongen
opname

Wie moet beoordelen of een gedwongen opname nodig is? Dit dient indien mogelijk te worden gedaan door een (bij voorkeur onafhankelijke) psychiater. Als die niet beschikbaar is dan mag de beoordeling ook worden gedaan door een arts die geen psychiater is. In het laatste geval moet de patiënt binnen een redelijke termijn alsnog door een psychiater worden beoordeeld.

Informeren anderen over verhoogd
suïciderisico

Mogen professionals anderen (bijvoorbeeld andere professionals, naasten van de patiënt) informeren over een verhoogd suïciderisico? In het kader van goed hulpverlenerschap moet een professional bij acute en concrete suïcideplannen en een hoog risico op een fatale afloop afwegingen maken over wilsbekwaamheid en de noodzaak om ernstig nadeel af te wenden. Daarbij kan het noodzakelijk zijn om de minimaal noodzakelijke informatie met naasten of andere professionals te delen. De patiënt wordt hiervan direct, of zo snel als verantwoord mogelijk is, op de hoogte gesteld. Als professional dient u systematisch na te gaan welke relevante anderen worden ingelicht: huisarts, crisisdienst, supervisor, familie en/of naasten. U weet dat daarbij een conflict van plichten kan optreden tussen geheimhoudingsplicht en informatieplicht. Indien u het noodzakelijk acht naasten van de patiënt te informeren en de patiënt hiervoor geen toestemming geeft, zal de professional er alles aan moeten doen om de patiënt te overtuigen van de noodzaak om anderen te informeren.

Verzoek om hulp bij zelfdoding

Hoe moet een professional omgaan met een verzoek van een patiënt om hulp bij zelfdoding? U toetst een verzoek van de patiënt tot hulp bij zelfdoding en uw handelen aan de Richtlijn Omgaan met het verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis (Tholen et al., 2009).

Dossiervorming

Wat moet in het dossier worden vastgelegd? In het dossier moeten alle relevante bevindingen, afwegingen en beslissingen zorgvuldig worden vast- gelegd, in het bijzonder wanneer wordt afgeweken van een richtlijn. Voor een klachtencommissie of de tuchtrechter is wat door de professional is gerapporteerd relevanter dan wat de professional dacht of heeft gezegd.

Inzage door nabestaanden

Mogen nabestaanden na een suïcide inzage hebben in het dossier? De algemene regel is dat de geheimhoudingsplicht zich uitstrekt tot na het overlijden van de patiënt (knmg, 2010). Nabestaanden en andere partijen hebben geen wettelijk recht op informatie of inzage in en afschrift van het dossier. In beginsel wordt alleen informatie gegeven indien de overledene daarvoor bij leven toestemming heeft gegeven. Er zijn drie uitzonderingen: veronderstelde toestemming van de patiënt, een wettelijk voorschrift, en een conflict van plichten bij de behandelaar wegens zwaarwegende belangen van derden (knmg, 2010). In veel situaties kan veronderstelde toestemming een redelijke grond zijn om wel informatie te geven. Emotionele problemen van familieleden na het overlijden van de patiënt wordt niet opgevat als zwaarwegend belang. De informatie die na het overlijden wordt verstrekt, is zo relevant en beperkt mogelijk, zo veel mogelijk in de geest van de overledene, en wordt gegeven in een gesprek met de betrokkenen.

Familie

Kan familie van een patiënt na diens suïcide een klacht indienen? Bij de klachtencommissie kunnen familieleden of naasten van de patiënt een klacht indienen tegen een zorgaanbieder over ‘een gedraging van hem of van voor hem werkzame personen’ jegens een patiënt die inmiddels is overleden.