UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Onderzoek bij (vermoeden van) suïcidaliteit

Veiligheid, somatische behandeling,
setting
  • Professionals moeten oog hebben voor de directe noodzaak van behandeling van de somatische toestand.
  • Professionals moeten oog hebben voor het verhinderen van de toegang tot middelen waarmee iemand zich zou kunnen beschadigen.
  • Professionals moeten kunnen rekenen op bijstand van hulpdiensten (politie, brandweer, ambulance). In zorginstellingen moeten professionals daarnaast een beroep kunnen doen op collega’s en indien aanwezig op beveiligingspersoneel.
  • Als de veiligheid van de patiënt niet gegarandeerd is, kunnen onvrijwillige opname en dwangmaatregelen nodig zijn. Het handelen moet allereerst gericht zijn op de veiligheid; direct daarna op de juridische afhandeling en herstel van wederkerigheid in de  behandelrelatie.
  • Suïcidaal gedrag kent een wisselend beloop. Het onderzoek naar de suïcidale toestand moet geregeld herhaald worden.
  • Let op tijdens transitiemomenten (bij  overplaatsing naar een andere behandelsetting en bij ontslag) en maak goede afspraken in het veiligheidsplan, signaleringsplan of behandelplan (zie ‘behandeling’).
Contact maken

Zeker bij geïntoxiceerde patiënten of bij ernstig somatisch zieke patiënten kan het onderzoek niet of niet volledig mogelijk zijn. Dan moet het verzamelen van meer complete informatie uitgesteld worden tot een later moment en/of de informatie moet via naasten verkregen worden. Veiligheid en continuïteit van zorg kunnen op dat moment eerste prioriteit zijn.

Betrek naasten
  • Streef naar instemming van patiënt (en diens naasten) met het betrekken van de naasten bij de zorg.
  • Bij wilsonbekwaamheid moet altijd de (wettelijk) vertegenwoordiger betrokken worden.
  • De mate waarin naasten bij de zorg betrokken kunnen worden, is afhankelijk van hun draagkracht en bereidheid.
  • Weeg het recht op privacy en het beroepsgeheim af tegen veiligheid en mogelijk ernstig nadeel door het (niet) bij de zorg betrekken van naasten.
  • De patiënt moet de mogelijkheid hebben om vertrouwelijke zaken met uitsluitend de onderzoeker te bespreken.
  • Bij jongeren is het sterk aan te bevelen om vooral de ouders bij de zorg te betrekken
  • Bij kinderen jonger dan 12 jaar moeten ouders die het ouderlijke gezag hebben betrokken worden. Jongeren tussen 12 en 16 jaar hebben met de ouders een gedeeld recht op het sluiten van een behandelovereenkomst. Vanaf 16 jaar is de instemming van de ouders wettelijk niet meer noodzakelijk.
Screening suïcide-risico inschatten

Gebruik een hiërarchie van oriënterende vragen, oplopend van algemeen naar specifiek, bijvoorbeeld: 

  • Hoe gaat het met u?
  • Hoe ziet u de toekomst op dit moment?
  • Ziet u voor zichzelf nog enige toekomst?
  • Hebt u wel eens het idee dat het leven niet meer de moeite waard is?
  • Denkt u wel eens aan de dood; wat zijn dat voor gedachten?
  • Denkt u wel eens dat u een einde aan uw leven  zou willen maken? Bij aanwijzingen voor suïcidegedachten moet de inhoud  zo concreet mogelijk worden nagevraagd.

Gedachten en gebeurtenissen die aanleiding waren voor het onderzoek

  • Hebt u gedachten aan zelfmoord? Denkt u dat u dood beter af bent?
  • Hebt u plannen om zelfmoord te plegen?
  • Hoe zien die plannen er uit? Welke methoden hebt u overwogen?
  • Welke voorbereidingen hebt u getroffen?
  • Hoeveel haast hebt u om uw plannen uit te voeren?

Na een suïcidepoging

  • Hoe was de situatie? (doorvragen)
  • Wat hebt u gedaan? (doorvragen)
  • Wat waren uw gedachten daarbij? (doorvragen)

Recente voorgeschiedenis

  • Hoe lang speelt dit al? Hoe was dit in de laatste weken?
  • Hoe vaak had u deze gedachten? Hoe vaak per dag (tienmaal, honderdmaal? Meer nog?)
  • Hebt u terugkerend kwellende gedachten? Wat denkt u op zo’n moment?
  • Wat zijn aanleidingen voor u om zo te denken?
  • Hoeveel tijd bent u per dag bezig met deze gedachten? (Vier uur? Acht uur? Meer nog?)
  • Hebt u plannen gehad of gemaakt om uzelf iets aan te doen?
  • Hebt u geprobeerd om een einde aan uw leven te maken?

Ruimere voorgeschiedenis

  • Bent u wel eens eerder zo wanhopig geweest?
  • Hebt u ooit eerder een periode gehad waarin u deze gedachten gehad? Wat was er toen aan de hand?
  • Hebt u ooit eerder geprobeerd een einde aan uw leven te maken? Wat was er toen aan de hand?
  • Wanneer was dat? Wat hebt u toen gedaan?

Actuele gedachten en directe plannen voor de toekomst

  • Hoe is het nu voor u?
  • Hoe ziet de toekomst? Ziet u nog enige toekomst?
  • Wat gaat u doen als u straks weer thuis bent [of:] als ik weg ben?

Onderzoek bij (vermoeden van) suïcidaliteit

Psychiatrische beoordeling

Belastende (beperkende) en beschermede factoren ('risicofactoren' selectie):

Suïcidale gedachten /gedragingen

  • Suïcidale ideatie (nu of in het verleden)
  • Suïcidale plannen (nu of in het verleden)
  • Eerdere suïcidepogingen
  • Dodelijkheid van de suïcide plannen of -pogingen
  • Suïcide intentie

Psychiatrische diagnosen

  • Schizofrenie of psychotische stoornis
  • Stemmingsstoornis
  • Eetstoornis
  • Angststoornis
  • Middelenafhankelijkheid (alcohol/ drugs)
  • Cluster B persoonlijkheidsstoornissen (i.h.b. borderline)
  • Comorbiditeit van as I en as II stoornissen

Lichamelijke ziekten

  • Neurologische aandoeningen*
  • Oncologische aandoeningen
  • HIV/AIDS
  • Chronische pijn
  • Functionele aandoeningen

Psychosociale kenmerken

  • Gebrek aan sociale steun (inclusief het alleen wonen)
  • Werkloosheid
  • Verlies van sociaaleconomische status
  • Slechte verstandhouding met familieleden
  • Huiselijk geweld
  • Recente stressvolle levensgebeurtenissen
  • Detentie

Trauma’s in de kindertijd

  • Seksueel en /of lichamelijk trauma
  • Genetische en familiale aspecten
  • Suïcide in de familie (voornamelijk eerstegraads verwanten)
  • Psychiatrische stoornissen in de familie (o.a. middelenafhankelijkheid)
Rapporteer
Wilsonbekwaamheid

De beoordeling of iemand wilsbekwaam is om te beslissen over noodzakelijke medische behandeling, is voorbehouden aan een arts. 

Veiligheid, somatische behandeling,
setting
  • Professionals moeten oog hebben voor de directe noodzaak van behandeling van de somatische toestand.
  • Professionals moeten oog hebben voor het verhinderen van de toegang tot middelen waarmee iemand zich zou kunnen beschadigen.
  • Professionals moeten kunnen rekenen op bijstand van hulpdiensten (politie, brandweer, ambulance). In zorginstellingen moeten professionals daarnaast een beroep kunnen doen op collega’s en indien aanwezig op beveiligingspersoneel.
  • Als de veiligheid van de patiënt niet gegarandeerd is, kunnen onvrijwillige opname en dwangmaatregelen nodig zijn. Het handelen moet allereerst gericht zijn op de veiligheid; direct daarna op de juridische afhandeling en herstel van wederkerigheid in de  behandelrelatie.
  • Suïcidaal gedrag kent een wisselend beloop. Het onderzoek naar de suïcidale toestand moet geregeld herhaald worden.
  • Let op tijdens transitiemomenten (bij  overplaatsing naar een andere behandelsetting en bij ontslag) en maak goede afspraken in het veiligheidsplan, signaleringsplan of behandelplan (zie ‘behandeling’).
Contact maken

Zeker bij geïntoxiceerde patiënten of bij ernstig somatisch zieke patiënten kan het onderzoek niet of niet volledig mogelijk zijn. Dan moet het verzamelen van meer complete informatie uitgesteld worden tot een later moment en/of de informatie moet via naasten verkregen worden. Veiligheid en continuïteit van zorg kunnen op dat moment eerste prioriteit zijn.

Betrek naasten
  • Streef naar instemming van patiënt (en diens naasten) met het betrekken van de naasten bij de zorg.
  • Bij wilsonbekwaamheid moet altijd de (wettelijk) vertegenwoordiger betrokken worden.
  • De mate waarin naasten bij de zorg betrokken kunnen worden, is afhankelijk van hun draagkracht en bereidheid.
  • Weeg het recht op privacy en het beroepsgeheim af tegen veiligheid en mogelijk ernstig nadeel door het (niet) bij de zorg betrekken van naasten.
  • De patiënt moet de mogelijkheid hebben om vertrouwelijke zaken met uitsluitend de onderzoeker te bespreken.
  • Bij jongeren is het sterk aan te bevelen om vooral de ouders bij de zorg te betrekken
  • Bij kinderen jonger dan 12 jaar moeten ouders die het ouderlijke gezag hebben betrokken worden. Jongeren tussen 12 en 16 jaar hebben met de ouders een gedeeld recht op het sluiten van een behandelovereenkomst. Vanaf 16 jaar is de instemming van de ouders wettelijk niet meer noodzakelijk.
Screening suïcide-risico inschatten

Gebruik een hiërarchie van oriënterende vragen, oplopend van algemeen naar specifiek, bijvoorbeeld: 

  • Hoe gaat het met u?
  • Hoe ziet u de toekomst op dit moment?
  • Ziet u voor zichzelf nog enige toekomst?
  • Hebt u wel eens het idee dat het leven niet meer de moeite waard is?
  • Denkt u wel eens aan de dood; wat zijn dat voor gedachten?
  • Denkt u wel eens dat u een einde aan uw leven  zou willen maken? Bij aanwijzingen voor suïcidegedachten moet de inhoud  zo concreet mogelijk worden nagevraagd.

Gedachten en gebeurtenissen die aanleiding waren voor het onderzoek

  • Hebt u gedachten aan zelfmoord? Denkt u dat u dood beter af bent?
  • Hebt u plannen om zelfmoord te plegen?
  • Hoe zien die plannen er uit? Welke methoden hebt u overwogen?
  • Welke voorbereidingen hebt u getroffen?
  • Hoeveel haast hebt u om uw plannen uit te voeren?

Na een suïcidepoging

  • Hoe was de situatie? (doorvragen)
  • Wat hebt u gedaan? (doorvragen)
  • Wat waren uw gedachten daarbij? (doorvragen)

Recente voorgeschiedenis

  • Hoe lang speelt dit al? Hoe was dit in de laatste weken?
  • Hoe vaak had u deze gedachten? Hoe vaak per dag (tienmaal, honderdmaal? Meer nog?)
  • Hebt u terugkerend kwellende gedachten? Wat denkt u op zo’n moment?
  • Wat zijn aanleidingen voor u om zo te denken?
  • Hoeveel tijd bent u per dag bezig met deze gedachten? (Vier uur? Acht uur? Meer nog?)
  • Hebt u plannen gehad of gemaakt om uzelf iets aan te doen?
  • Hebt u geprobeerd om een einde aan uw leven te maken?

Ruimere voorgeschiedenis

  • Bent u wel eens eerder zo wanhopig geweest?
  • Hebt u ooit eerder een periode gehad waarin u deze gedachten gehad? Wat was er toen aan de hand?
  • Hebt u ooit eerder geprobeerd een einde aan uw leven te maken? Wat was er toen aan de hand?
  • Wanneer was dat? Wat hebt u toen gedaan?

Actuele gedachten en directe plannen voor de toekomst

  • Hoe is het nu voor u?
  • Hoe ziet de toekomst? Ziet u nog enige toekomst?
  • Wat gaat u doen als u straks weer thuis bent [of:] als ik weg ben?

Onderzoek bij (vermoeden van) suïcidaliteit

Psychiatrische
beoordeling

Belastende (beperkende) en beschermede factoren ('risicofactoren' selectie):

Suïcidale gedachten /gedragingen

  • Suïcidale ideatie (nu of in het verleden)
  • Suïcidale plannen (nu of in het verleden)
  • Eerdere suïcidepogingen
  • Dodelijkheid van de suïcide plannen of -pogingen
  • Suïcide intentie

Psychiatrische diagnosen

  • Schizofrenie of psychotische stoornis
  • Stemmingsstoornis
  • Eetstoornis
  • Angststoornis
  • Middelenafhankelijkheid (alcohol/ drugs)
  • Cluster B persoonlijkheidsstoornissen (i.h.b. borderline)
  • Comorbiditeit van as I en as II stoornissen

Lichamelijke ziekten

  • Neurologische aandoeningen*
  • Oncologische aandoeningen
  • HIV/AIDS
  • Chronische pijn
  • Functionele aandoeningen

Psychosociale kenmerken

  • Gebrek aan sociale steun (inclusief het alleen wonen)
  • Werkloosheid
  • Verlies van sociaaleconomische status
  • Slechte verstandhouding met familieleden
  • Huiselijk geweld
  • Recente stressvolle levensgebeurtenissen
  • Detentie

Trauma’s in de kindertijd

  • Seksueel en /of lichamelijk trauma
  • Genetische en familiale aspecten
  • Suïcide in de familie (voornamelijk eerstegraads verwanten)
  • Psychiatrische stoornissen in de familie (o.a. middelenafhankelijkheid)
Rapporteer
Wilsonbekwaamheid

De beoordeling of iemand wilsbekwaam is om te beslissen over noodzakelijke medische behandeling, is voorbehouden aan een arts.