UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Wat houdt de behandeling in?

Voorafgaand aan de eerste ECT

ECT gaat altijd om een serie van behandelingen. Meestal worden mensen opgenomen, in sommige gevallen kan behandeling poliklinisch plaatsvinden. 

Voorafgaand aan de eerste ECT hoort u van de  verpleegkundige de tijden waarop de behandeling plaatsvindt. Hij of zij  zal ook nog eens stap voor stap uitleggen wat er gaat gebeuren. We  hebben een speciaal fotoboek gemaakt om u een indruk te geven van iedere stap.  

Op de dag van de behandeling krijgt u van de verpleegkundige een polsbandje met uw naam en geboortedatum. Hij of zij  brengt u naar de ECT-ruimte van het operatiecomplex. Omdat er vaak  meerdere patiënten na elkaar worden behandeld, bestaat de kans dat u even moet wachten in een wachtruimte.

Meestal wordt in de wachtruimte een  infuusnaald bij u ingebracht. Vervolgens gaat u naar de ECT-ruimte. Daar zijn meerdere personen aanwezig. Vaak zijn dat:

  • De arts die de behandeling uitvoert
  • De anesthesist
  • Een anesthesieassistent
  • De verpleegkundige van de afdeling
  • Soms een coassistent
De behandeling

De behandeling vindt plaats op een bed in de  ECT-ruimte van het behandelcentrum (de OK). Als er in de wachtruimte nog  geen infuusnaald in uw hand of arm is geplaatst, gebeurt dit in de ECT-ruimte. Dit infuus is voor het toedienen van het narcosemiddel (de verdoving) en een spierverslappend middel. Ook krijgt u stickers (elektroden) op uw borst, hoofd en arm. Deze stickers registreren uw hartritme en de hersenactiviteit tijdens het insult. Verder geven we u een bloeddrukband om uw arm en een knijper op uw vinger. Deze knijper  meet het zuurstofpercentage in uw bloed. Een elastische band om uw hoofd houdt twee metalen plaatjes vast voor toediening van de elektrische impuls. Bij sommige mensen houdt de band één plaatje tegen de zijkant van het hoofd en wordt het tweede plaatje aan de bovenkant van het hoofd  geplaatst door middel van een handvat dat de behandelaar vasthoudt. 

Voordat de ECT werkelijk begint vraagt de arts voor alle veiligheid nog een keer naar uw naam en geboortedatum. Dit is om te controleren of wij de behandeling bij de juiste persoon gaan uitvoeren. Als deze voorbereidingen klaar zijn en alle gegevens kloppen,  dan start de behandeling.  

De anesthesioloog dient via het infuus een  kortwerkend narcosemiddel toe. U valt binnen enkele seconden in slaap. Als u in slaap bent krijgt u een kortwerkend spierverslappend middel  toegediend en wordt u beademd. Vervolgens wordt het impuls gegeven. Dit bestaat uit het toedienen van een serie zeer korte stroomstootjes gedurende ongeveer twee tot acht seconden. Eén tot twee seconden later  treedt een epileptisch insult op: uw spieren spannen zich enkele seconden aan. Door de narcose merkt u hier niets van en door het spierverslappend middel is er ook nauwelijks iets te zien.

Na het insult wordt u naar de uitslaapkamer  gebracht. Daar wordt u vijf tot vijftien minuten na de behandeling  wakker. Van de behandeling zult u zich niets herinneren.
Ongeveer een half uur later rijdt de  verpleegkundige u in uw bed naar de afdeling, waar u iets te drinken en  te eten aangeboden krijgt. 

Meerdere behandelingen

Na vier tot acht ECT-behandelingen kunt u een  verbetering van uw psychische toestand verwachten, maar dat verschilt  per persoon. De complete therapie bestaat gemiddeld uit twaalf tot veertien ECT-behandelingen. 

Wekelijks zal een coassistent een vragenlijst, gericht op uw stemming, bij u afnemen. Wanneer u voor poliklinische ECT komt, kunt u de vragenlijst voor de start van de behandeling  zelfstandig invullen.

Als u bij ons opgenomen bent, wordt de  behandeling meestal twee keer per week gegeven. Komt u voor (vervolg-)behandeling vanuit huis, dan vindt de behandeling één keer per week tot eens per vier weken plaats.

Wat houdt de behandeling in?

Voorafgaand aan de eerste ECT

ECT gaat altijd om een serie van behandelingen. Meestal worden mensen opgenomen, in sommige gevallen kan behandeling poliklinisch plaatsvinden. 

Voorafgaand aan de eerste ECT hoort u van de  verpleegkundige de tijden waarop de behandeling plaatsvindt. Hij of zij  zal ook nog eens stap voor stap uitleggen wat er gaat gebeuren. We  hebben een speciaal fotoboek gemaakt om u een indruk te geven van iedere stap.  

Op de dag van de behandeling krijgt u van de verpleegkundige een polsbandje met uw naam en geboortedatum. Hij of zij  brengt u naar de ECT-ruimte van het operatiecomplex. Omdat er vaak  meerdere patiënten na elkaar worden behandeld, bestaat de kans dat u even moet wachten in een wachtruimte.

Meestal wordt in de wachtruimte een  infuusnaald bij u ingebracht. Vervolgens gaat u naar de ECT-ruimte. Daar zijn meerdere personen aanwezig. Vaak zijn dat:

  • De arts die de behandeling uitvoert
  • De anesthesist
  • Een anesthesieassistent
  • De verpleegkundige van de afdeling
  • Soms een coassistent
De behandeling

De behandeling vindt plaats op een bed in de  ECT-ruimte van het behandelcentrum (de OK). Als er in de wachtruimte nog  geen infuusnaald in uw hand of arm is geplaatst, gebeurt dit in de ECT-ruimte. Dit infuus is voor het toedienen van het narcosemiddel (de verdoving) en een spierverslappend middel. Ook krijgt u stickers (elektroden) op uw borst, hoofd en arm. Deze stickers registreren uw hartritme en de hersenactiviteit tijdens het insult. Verder geven we u een bloeddrukband om uw arm en een knijper op uw vinger. Deze knijper  meet het zuurstofpercentage in uw bloed. Een elastische band om uw hoofd houdt twee metalen plaatjes vast voor toediening van de elektrische impuls. Bij sommige mensen houdt de band één plaatje tegen de zijkant van het hoofd en wordt het tweede plaatje aan de bovenkant van het hoofd  geplaatst door middel van een handvat dat de behandelaar vasthoudt. 

Voordat de ECT werkelijk begint vraagt de arts voor alle veiligheid nog een keer naar uw naam en geboortedatum. Dit is om te controleren of wij de behandeling bij de juiste persoon gaan uitvoeren. Als deze voorbereidingen klaar zijn en alle gegevens kloppen,  dan start de behandeling.  

De anesthesioloog dient via het infuus een  kortwerkend narcosemiddel toe. U valt binnen enkele seconden in slaap. Als u in slaap bent krijgt u een kortwerkend spierverslappend middel  toegediend en wordt u beademd. Vervolgens wordt het impuls gegeven. Dit bestaat uit het toedienen van een serie zeer korte stroomstootjes gedurende ongeveer twee tot acht seconden. Eén tot twee seconden later  treedt een epileptisch insult op: uw spieren spannen zich enkele seconden aan. Door de narcose merkt u hier niets van en door het spierverslappend middel is er ook nauwelijks iets te zien.

Na het insult wordt u naar de uitslaapkamer  gebracht. Daar wordt u vijf tot vijftien minuten na de behandeling  wakker. Van de behandeling zult u zich niets herinneren.
Ongeveer een half uur later rijdt de  verpleegkundige u in uw bed naar de afdeling, waar u iets te drinken en  te eten aangeboden krijgt. 

Meerdere behandelingen

Wat houdt de behandeling in?

Na vier tot acht ECT-behandelingen kunt u een  verbetering van uw psychische toestand verwachten, maar dat verschilt  per persoon. De complete therapie bestaat gemiddeld uit twaalf tot veertien ECT-behandelingen. 

Wekelijks zal een coassistent een vragenlijst, gericht op uw stemming, bij u afnemen. Wanneer u voor poliklinische ECT komt, kunt u de vragenlijst voor de start van de behandeling  zelfstandig invullen.

Als u bij ons opgenomen bent, wordt de  behandeling meestal twee keer per week gegeven. Komt u voor (vervolg-)behandeling vanuit huis, dan vindt de behandeling één keer per week tot eens per vier weken plaats.