UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Prikkels en het brein

Prikkels en het brein
Zorgprogramma Prikkelverwerking

Het UMC Utrecht Hersencentrum biedt een speciaal zorgprogramma voor kinderen met autisme en/of epilepsie die last lijken te hebben van een gestoorde prikkelverwerking. Het programma is gericht op kinderen tussen de 7 en 12 jaar met een IQ boven 70. We werken met verfijnde diagnostiek, behandeling en onderzoek aan het herstel van stoornissen in de prikkelverwerking. De kernbegrippen van het programma zijn: prikkelprofiel, prikkelplan, prikkelbehandeling.

Het brein bepaalt

De hele dag komen er prikkels op ons af zoals geluiden, beelden en geuren. Deze moeten we met onze zintuigen goed waarnemen. Denk daarbij aan horen, zien, ruiken en voelen. Het brein bepaalt hoe we de prikkels verwerken en wat we ermee doen: luisteren of kijken we ergens naar, of niet?

Gestoorde prikkelverwerking

Als het brein de prikkels niet goed toelaat   of niet goed filtert, dan wordt het lastig bepaalde prikkels te negeren  of de juiste aandacht te geven. Dit noemen we gestoorde  prikkelverwerking . Gestoorde prikkelverwerking kan allerlei problemen  geven zoals leermoeilijkheden, een vol hoofd, boosheid en  slaapproblemen. Gedragsproblemen bij autisme en epilepsie komen hieruit  voort. De vraag is: wat kunnen we er aan doen?

Te veel of te weinig prikkels

Bij sommige kinderen komen te veel prikkels binnen: ze horen bijvoorbeeld geluiden te hard of hebben snel last van drukte. Dit kan leiden tot concentratieproblemen of het vermijden van  bepaalde situaties.  

Bij andere kinderen komen juist te weinig prikkels het brein binnen. Ze missen bijvoorbeeld veel van wat er in hun  omgeving gebeurt. Zo wordt leren of spelen met andere kinderen moeilijk. Ze kunnen verstrooid of passief worden. Of juist het  tegendeel, dus steeds meer prikkels opzoeken.

Met een zorgvuldige aanpak proberen we de prikkelbalans te verbeteren. Met andere woorden; ervoor zorgen dat de prikkelverwerking tot minder problemen leidt. Functies als taal,  aandacht of sociaal gedrag kunnen hierdoor verder ontwikkelen, ook op latere leeftijd.

Prikkels en het brein
Zorgprogramma Prikkelverwerking

Het UMC Utrecht Hersencentrum biedt een speciaal zorgprogramma voor kinderen met autisme en/of epilepsie die last lijken te hebben van een gestoorde prikkelverwerking. Het programma is gericht op kinderen tussen de 7 en 12 jaar met een IQ boven 70. We werken met verfijnde diagnostiek, behandeling en onderzoek aan het herstel van stoornissen in de prikkelverwerking. De kernbegrippen van het programma zijn: prikkelprofiel, prikkelplan, prikkelbehandeling.

Het brein bepaalt

De hele dag komen er prikkels op ons af zoals geluiden, beelden en geuren. Deze moeten we met onze zintuigen goed waarnemen. Denk daarbij aan horen, zien, ruiken en voelen. Het brein bepaalt hoe we de prikkels verwerken en wat we ermee doen: luisteren of kijken we ergens naar, of niet?

Gestoorde prikkelverwerking

Als het brein de prikkels niet goed toelaat   of niet goed filtert, dan wordt het lastig bepaalde prikkels te negeren  of de juiste aandacht te geven. Dit noemen we gestoorde  prikkelverwerking . Gestoorde prikkelverwerking kan allerlei problemen  geven zoals leermoeilijkheden, een vol hoofd, boosheid en  slaapproblemen. Gedragsproblemen bij autisme en epilepsie komen hieruit  voort. De vraag is: wat kunnen we er aan doen?

Te veel of te weinig prikkels

Bij sommige kinderen komen te veel prikkels binnen: ze horen bijvoorbeeld geluiden te hard of hebben snel last van drukte. Dit kan leiden tot concentratieproblemen of het vermijden van  bepaalde situaties.  

Bij andere kinderen komen juist te weinig prikkels het brein binnen. Ze missen bijvoorbeeld veel van wat er in hun  omgeving gebeurt. Zo wordt leren of spelen met andere kinderen moeilijk. Ze kunnen verstrooid of passief worden. Of juist het  tegendeel, dus steeds meer prikkels opzoeken.

Met een zorgvuldige aanpak proberen we de prikkelbalans te verbeteren. Met andere woorden; ervoor zorgen dat de prikkelverwerking tot minder problemen leidt. Functies als taal,  aandacht of sociaal gedrag kunnen hierdoor verder ontwikkelen, ook op latere leeftijd.